Column

Het is één van de mooiste kussen die ik ooit heb gezien

James Worthy Beeld Agata Nowicka

De trein naar Eindhoven komt pas over twaalf minuten en toch kijk ik of hij er al aankomt. Ik sta op het uiterste randje van het perron en kijk zo ver de verte in dat ik mijn eigen rug zie.

Het is een voortreffelijke rug. Als ik één ding aan mijn lichaam zou mogen veranderen, zou ik absoluut niet aan mijn rug komen. Niet dat ik de mooiste rug van het land heb, maar er staat niemand op perron 5b die een rug heeft die ook maar in de buurt van mijn rug komt. Geen wervel wervelt zoals mijn wervels wervelen.

Op het perron aan de overzijde nemen twee mannen afscheid van elkaar. Ze omhelzen elkaar zo stevig dat hun zielen blauw aanlopen. Ik ben jaloers op ze. Mijn vrouw is werken en mijn zoon is naar school; er is dus helemaal niemand beschikbaar om afscheid van mij te nemen.

Ik pak mijn telefoon uit mijn zak en zoek in Google op of je mensen in kan huren om afscheid van je te komen nemen. Huuruitzwaaiers of zo, maar ik vind niets. Ze bestaan niet. Ik begrijp niet waarom. Ze zouden op elk vliegveld en treinstation verkrijgbaar moeten zijn. Iedereen, hoe kort zijn of haar reis ook is, heeft recht op een afscheid.

De mannen zijn nu met elkaar aan het zoenen. Schuimbekkend van de onstuimigste liefde. Het is één van de mooiste kussen die ik ooit heb gezien. Ik zie twee hongerige wolven die in kannibalisme aan het pootjebaden zijn. Straks stapt de ene in een gele trein en de andere stapt op de roltrap naar beneden. Met smeulende lippen zullen ze allebei proberen om hun eigen gang te gaan.

Maar voor nu blijven ze zoenen. Het is de langste zoen die ik ooit heb gezien.

In groep 8 moest ik een keer vijf minuten lang met Mischa zoenen. Na twintig tellen had ik het wel gezien, maar we bleven doorzoenen. Steeds ongeïnteresseerder. We sloegen hele hoofdstukken over om maar bij het einde te komen. Toen we klaar waren, kregen we een applaus van iedereen die op het klassenfeestje aanwezig was. Ik weet nog dat ik een buiging maakte en dat toen ik mezelf weer verticaal had gemaakt mijn beste vriend aan me vroeg wat er allemaal door me heen ging.

"Spijt en speeksel."

De trein naar Eindhoven rijdt Centraal Station binnen. Ik stap de trein in en ga aan de kant van de zoenende mannen zitten. Ik kijk naar het bord dat boven hun hoofd hangt en zie dat ze nog maar twee minuten hebben. Ze lijken het zelf ook te weten. De monden lijken haast te maken. De magneten in de lippen verliezen hun kracht.

Ik kijk op de zijkant van mijn kartonnen koffiebeker en zie dat de koffieverkoopster 'Dwayne' verstond toen ik mijn naam tegen haar zei.

Ik adem tegen de ruit aan en teken een hartje op het glas. Daarna klop ik drie keer met mijn rechtervuist op de plek waar mijn hart woont. De mannen nemen afscheid van elkaar en ik lift zonder dat ze het weten mee op hun afscheid.

"Ik hoop dat jullie elkaar snel weer zien," zeg ik, terwijl ik door het raamhartje dat langzaam verdwijnt naar ze kijk.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.


james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.