PlusColumn

Het is echt een mooie dag om te leven

Pepijn LanenBeeld Corné van der Stelt

Ik zit aan de brunch met Arnon Grunberg. Ik ben nog steeds in Amerika. We praten over schrijfprocessen en dingen die gebeuren in het leven.

Trump wordt nog steeds president, maar gelukkig hebben we het daar niet over. Naast ons zit een gigantische Amerikaan die na zijn risotto een kotelet op Milanese wijze bestelt, en ook nog aangeeft dol te zijn op toetjes.

Door al het gepraat ben ik vergeten te vragen wat hij leest, waar ik erg benieuwd naar was. Hij vertelt dat hij naar een literair festival in Mexico gaat en ik zie in dat ik helemaal niks voorstel als schrijver.

Onze wegen scheiden en ik krijg helemaal de zenuwen. Ik kan geen beschikbare wc vinden omdat ik terecht ben gekomen in een gebied waar alleen maar rijke mensen rijk aan het zijn zijn en niemand ongenode gastplassers blieft.

Ik koop lekker paradoxaal ergens een halve liter water, zodat ik mijn eigen halve liter daar kwijt mag kunnen. Mijn vrouw is in Chinatown in Flushing, maar de metro's doen moeilijk dus ik neem een Uber. Het is per slot van rekening de eenentwintigste eeuw waar we in leven.

De chauffeur draait de hoek om in plaats van naar de afgesloten plaats te rijden en ik ben geïrriteerd als ik instap. Hij vraagt hoe ik heet en waar mijn naam en ik vandaan komen. Als ik Amsterdam en Nederland zeg, kent hij toevalligerwijs ook iemand uit Nederland.

Dan vertelt hij dat hij een tempel aan het bouwen is in het noorden van Thailand en dat hij jaren in India heeft gewoond, op zijn twaalfde zelfstandig heeft besloten Sanskriet te gaan leren en uit een Italiaanse maffiafamilie komt, dat zijn moeder hem op zeventienjarige leeftijd hardhandig heeft laten deprogrammeren en hij de dag na zijn huwelijk zijn nek heeft gebroken in de Mekong, waarna hij door Krishna is gered.

De lucht is strakblauw en het is echt een hele mooie dag om te leven. Ik probeer het niet te veel te beseffen, want dan verdwijnt het weer. De chauffeur geeft me zijn kaartje, waarop staat dat hij ook cheesecakespecialist is.

Maar de rit is alweer voorbij, dus dat verhaal zal hij me verschuldigd moeten blijven.

Ik loop als per ongeluk tegen mijn familie aan, die van de zon staat te genieten. Ik eet pittige, friszure, koude hand­gescheurde noodles in de kelder van een winkelcentrum en mijn kleine kuikentje strompel-stampt vrolijk over de tegelvloer tussen de mensen door en alles is alles en dat is oké.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden