Column

Het is druk met ouwe wijven die lopen te mekkeren

Het is campingtijd. Du moment dat iemand in Italië begint rond te bazuinen dat de second coming van Christus ook dit jaar in Amsterdam zal zijn en de stad overstroomt met Italianen, vertrekt de stadsbewoner naar Bakkum. Of naar míjn camping, maar die spreekt gelukkig veel minder tot de Exodus-verbeelding.

Zolang men denkt dat de Amsterdammer naar Bakkum gaat, is het hier bij ons rustig. Minder rustig is het in de stad.

Al stond ik met zoonlief bij onze openstaande balkondeuren te kijken naar de stad en zeiden we bijna tegelijk: "Wat nou druk? Het is helemaal niet druk."

Ja, het is druk met ouwe wijven die in colonne lopen te mekkeren dat het overal te druk is! Maar zoals mijn beter gelukte nakomeling al mompelde: "Denk die weg en het enige van wie je misschien een beetje last hebt, is die groep instabielen op fiets."

De bierfiets is weg. Die gaat ergens voor de pakhuizen heen en weer. "Arme Engelse bachelorvierder," zeg ik nog niet half­gemeend. "Die ziet zijn vrijgezellenfeest tussen de Passenger Terminal en de Piet Heintunnel gevierd worden."

"Maakt die gasten niet uit, pap. Die komen al teut van de boot af en denken hoogstens: Nou, dat Red Light District zal wel zo heten door ons achterlicht." 

Waar is het dan zo druk? Kalverstraat, Leidseplein, zal best. Maar toen ik in New York woonde, leerde ik ook snel af om in het weekend Broadway of Fifth Ave te bezoeken. Da's doordeweeks al een crime. Net als bij ons. Dat hoort toch bij een grote stad, lieve mensen? Wij zijn toch gewoon een Grote Stad?

Dat mensen blowen, in de ochtend, op straat, als mijn dochter naar school loopt - dat is raar. Of de hele dag in een auto met draaiende motor voor ­iemands huis staan omdat het altijd Fransozen met zijn zevenen in een altijd gestolen auto zijn, want de achterruit is kapot, die alleen maar drugs komen gebruiken maar geen hotel kunnen betalen omdat ze veel te veel geld betalen voor de konijnenkeutels waar ze zo stoned van zeggen te worden.

Wat heb ik een hekel aan die klaplopers die een beetje voor de deur gaan zitten blowen! En ik blow niet, maar ik weet wel hoe het ruikt als iemand een konijnenkeutel of een stuk biks in de fik steekt, onder mijn raam!

"Goh," zegt mijn zoon, als hij een nieuwe cola gaat halen. "Je klinkt net als die klagende dames over die Italianen..."

"Ach, jongen... Hou toch je... Ja, dat zal ook wel ja. Ik ga morgen naar de camping, jij?"

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden