Maarten MollBeeld Sjoukje Bierma

Het is de schuld van Thomas Rosenboom

PlusMaarten Moll

Nu kan ik niet meer normaal naar zwanen kijken als ik over de grachten loop of fiets.

Dat is de schuld van Thomas Rosenboom. De schrijver vertelde me een verhaal over zwanen. “Ik zag ooit op de Egelantiersgracht een zwaan die tussen twee bruggen vloog, heel laag. Hij wilde over die brug heen, maar hij haalde het niet en liet zich weer in het water vallen.”

Het zette Rosenboom aan het denken. Hij had eens een zwaan op het IJ zien opstijgen. Het beest won heel langzaam hoogte en hij kon hem wel een kilometer volgen. “En toen vloog hij nog niet hoger dan een lantaarnpaal.”

“Kijk”, ging de auteur van de prachtboeken Gewassen vlees en Publieke werken verder, “zo’n beest moet eerst naar links, dan naar rechts, weer links, nog eens links, en dan weer rechts. Dan is hij op het IJ of op de Amstel. De enige twee startbanen waar hij de ruimte heeft.”

“Maar dat weten die zwanen dus niet,” zei hij samenzweerderig. Ik luisterde naar een man die iets ontdekt had en die dat met een leek ging delen.

Hij nam een slokje koffie om de spanning nog wat op te voeren.

“Ze zijn wel in staat om te vliegen, die zwanen, maar door omstandigheden hebben ze geen startbanen met voldoende lengte.”

Met “Ze zitten opgesloten in de stad?” schoot ik de bal die Rosenboom keurig voor mij op de lijn had gelegd in het doel.

Rosenboom knikte.

“Ik vertelde dat een keer aan een bekende bioloog, ik ben even zijn naam kwijt. In café De Pels, hij zat daar met een bekende van me. Het ziet er mooi uit, een zwaan, zei ik, maar eigenlijk kijk je naar een dier dat gevangen zit. ‘Nee, dat is niet zo,’ zei die bioloog. Oké, zei ik, dankjewel, dan weet ik dat, nog een prettige avond verder.”

Rosenboom droop af.

Een paar weken later kwam hij die bekende weer tegen. “En die bekende had in de tussentijd contact met die bioloog gehad, ik geloof trouwens dat het Tijs Goldschmidt was. Die zei: ‘Ik heb er nog eens over ­nagedacht, en wat die Rosenboom zei, dat moet eigenlijk wel kloppen.”

De beroemde bioloog Thomas Rosenboom nam nog een slokje koffie.

“Ik snap wel waarom die man eerst nee zei. Je denkt dat je ergens verstand van hebt, en dan komt er zo’n leek met een verklaring die weleens zou kunnen ­kloppen… Dat is natuurlijk onverdraaglijk.”

Zoals het onverdraaglijk is dat de Amsterdamse ­zwanen ‘geketend’ rondzwemmen.

Al heb ik het verhaal van de leek Thomas Rosenboom niet gecontroleerd.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden