Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het is alsof Rutte ons pief-paf-poefleger opstelt en dreigt met een inval in België

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Loopt de pandemie af, zijn we straks in een oorlog met Rusland gerommeld.

De altijd dappere hypocriet in mij zegt: ‘Kunnen we hier niet op één of andere manier onderuit?’

Ik zie niet op tegen crisis in eigen land – daar ben ik onderhand aan gewend. Ik zie ook niet op tegen het nieuws. Integendeel. Oorlog is een wedstrijd met echte doden waarbij de spelregels op het moment van de strijd worden vastgesteld en aan het eind heeft iedereen verloren.

Ik heb moeite met de vijand. Uiteraard ben ik tegen het communisme en alle variaties daarvan, maar Poetin, zo denk ik, wil Oekraïne niet verschalken om het communisme te verbreiden in het Westen (zonder iets te doen, wint het communisme trouwens hier aan populariteit), maar om het ideaal van het grote Russische Rijk te herstellen. Het is alsof Rutte zou zeggen: ik wil de Nederlandse staat terug zoals hij was voor 1815 en aan de grens bij Brabant ons pief-paf-poefleger gaat opstellen om te dreigen met een inval in België.

Alles wat we dan over Rutte zouden zeggen – hij is gek, megalomaan, gevaarlijk – geldt nu ook voor Poetin.

Onlangs las ik voor een artikel weer een aantal boeken van en over Toergenjev, net als Tsjechov een van mijn lievelingsschrijvers. Onmiddellijk voelde ik weer die enorme aantrekkingskracht voor de mensen, het land, de cultuur. Wanneer ik denk aan oorlog met Rusland dan heb ik meteen het idee dat ik strijd met hen voer. Dat wil ik niet. Daarom wil ik er onderuit. En soms denk ik ook: wij zijn zo klein dat wij gedwongen zijn als kleuter aan de hand te lopen van een grote boze broer. Kunnen we ons niet gewoon aan al die vredesmissies, al die verplichtingen onttrekken? Het is laf, maar verwijten wij de jonge antilope dat hij vlucht voor de tijger?

Met het ideaal ‘vrede en voorspoed’ is mijn generatie ruim bedeeld. Dat je dat anderen (Oekraïne) eveneens gunt en hen daarmee helpt, lijkt me redelijk.

Maar moet bij een broedertwist de kleine achterneef meedoen in de strijd? En als wij dan moeten oorlogvoeren tegen de Russen, kunnen we dan niet meespelen met een Florence Nightingalelegertje? Door mijn bloed stromen nog steeds gebroken geweertjes, tegelijkertijd weet ik ook wel dat strijd soms noodzakelijk is. Maar hoe hoog moet het doel zijn dat het rechtvaardigt?

“Alleen wie zwak is, heeft de behoefte zijn kracht te tonen,” schreef Toergenjev.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden