Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Het is alsof mijn hoofd een rommelbakje is

Plus Femke van der Laan

We zijn in de keuken, de jongste en ik. Op de snijplank voor me ligt een halve knolselderij. De andere helft ligt in blokjes op een bord. Het moet soep worden. Uiteindelijk. De jongste heeft al twee keer gevraagd of het gaat. Misschien ligt het aan mijn mes, misschien aan mijn techniek, maar het kost me moeite om door de knol heen te komen. Hij is te hard. Mijn mes blijft steeds halverwege steken.

De jongste zit op de keukenkruk en rommelt in het bakje; het bakje waarin alle kleine dingetjes belanden. Reserveknopen van nieuwe kleren. Een pleister. Een schroefje. Af en toe vist hij er iets uit en houdt het omhoog.

“Waar is dit van?”

Ik kijk naar links. De jongste houdt een flesje omhoog.

“Dat is olie met dennengeur. Heel sterk.”

Ik duw mijn mes verder vast in de knolselderij. Hij wil geen kant meer op. Ik til het mes met knolselderij en al op en sla ermee op de snijplank. Als een hamer.

“Gaat het?”

“Ja.”

Ik kijk weer naar links. De jongste draait de dop van het flesje. Ik wil mijn voet op de knolselderij zetten en mijn mes eruit trekken. In plaats daarvan leg ik mijn hand op de groente en leun erop met al mijn gewicht. Ik trek aan het mes. Hij schiet los. Ik kijk naar de gespleten helft knolselderij.

“Het stinkt.”

“Ja.”

“Zal ik het weggooien?”

Ik probeer met mijn vingers de knolselderij uit elkaar te trekken. Ik hoor het een beetje kraken.

“Dat flesje lag al in dit huis toen we verhuisden. Iemand vertelde me ooit dat je de spullen die je vindt in je nieuwe huis niet moet weggooien. Dat brengt ongeluk. Of het brengt geluk als je ze bewaart. Een van de twee. Ik weet het niet meer.”

“Echt?”

“Waarschijnlijk niet.”

De knolselderij scheurt.

“Maar soms zegt iemand iets tegen je en dat zit dan voor altijd in je hoofd.”

De jongste heeft de dop weer op het flesje gedraaid. Ik leg de losgescheurde plak knolselderij op de snijplank. Hij is dun genoeg om in blokjes te kunnen snijden.

“Nu heb ik het ook in mijn hoofd.”

Ik knik. Ik denk aan de dingen van anderen in mijn hoofd. Die daar maar blijven liggen. Alsof mijn hoofd een rommelbakje is. Een rommelbakje waar de dingetjes van anderen in belanden.

Even stel ik me voor dat ik het rommelbakje uit mijn hoofd snijd. Maar ook daar blijft mijn mes halverwege steken.

De jongste legt het flesje terug in het bakje. Dan wijst hij naar de knolselderij. “Het is nog lang niet klaar, hè?”

Ik schud mijn hoofd. “Dit gaat nog wel even duren.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden