Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het is alsof de tijd al koorts heeft

PlusTheodor Holman

Wat vind ik het naarste woord dat ik ken?

Vroeger zou ik ongetwijfeld dood hebben gezegd. Maar aan dood wen je. “Eerst,” zei schrijver Gerard Reve, “is de dood je vijand, dan een metgezel die een end met je meeloopt, en uiteindelijk je minnaar.”

Later in mijn leven zou ik hebben beweerd dat lijden het ergste woord is dat ik ken. Lijden zien en lijden meemaken, doet pijn aan geest en lijf en duidt altijd op onrechtvaardigheid. Maar lijden heeft ontegenzeggelijk ook een ‘verdiepende werking’. Dat is misschien een overblijfsel van een christelijke opvoeding, en wat verdiepende werking precies betekent, weet ik niet, maar ik merk dat lijden leert relativeren. Lijden is bijvoorbeeld een stevig fundament voor humor. Wie niet heeft geleden, lacht nooit en maakt nooit aan het lachen.

Het woord en het begrip dat ik tegenwoordig het naarste vind, is: afwachten. Afwachten wat de uitslag is, afwachten of het middel op tijd komt, afwachten of de genezing aanslaat, afwachten wanneer je aan de beurt bent, afwachten hoe het met de ander gaat, afwachten of je wordt aangenomen, afwachten of ze je wel leuk vinden, afwachten wat de rechter zegt. Afwachten verstikt.

Hoe vaak heb ik de laatste niet tijd gehoord: “We moeten afwachten.” Afwachten is erger dan wachten. Afwachten verlengt de tijd dat je angstig bent. (Angst staat trouwens op de tweede plaats in mijn lijstje van naarste woorden.) Afwachten bevat alle nare begrippen: dood, angst, pijn, lijden.

Bij de BBC hoor ik dat veertig procent van de wereldbevolking met het coronavirus zal worden besmet. Of wij het krijgen? Afwachten.

We moeten constant onze handen wassen in onzekerheid, maar is het echt waar dat we dat virus kunnen verdrinken in water en zeep?

Afwachten.

De paranoia wordt bijna hallucinant: het is alsof ik het kwaadaardige vampiervirus door de lucht kan zien zweven, op zoek naar een zogenaamde vriend wiens bloed hij wil drinken. Of ik die vriend ben, is afwachten. Kijk eens hoe ‘Afwachten!’ aan de wijzers van de klok trekt en elk uur drie keer zo lang laat duren. Het is alsof de tijd al koorts heeft. Dat komt door het afwachten.

En wat staat er tegenover afwachten?

Vreugde noch geluk, seks noch roem. Voor mij staat slaap tegenover afwachten. De droomloze slaap die geen tijd kent en geen pijn, geen angst en geen oordeel, waar je niet hoeft af te wachten en waar je zelf ook even nergens bent.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden