Reza Kartosen-Wong Beeld Artur Krynicki

Het Indië-onderzoek is nog lang niet klaar

Plus Reza Kartosen-Wong

Nog maar een ­column over de oorlog die Nederland van 1945 tot 1950 in Indonesië voerde. Er valt ook een hoop over te zeggen, veel belangrijke verhalen zijn vooralsnog alleen in beperkte kring bekend en zijn nog niet geland in ons collectief geheugen.

Het grote ‘dekolonisatieonderzoek’ waaraan ook het Instituut voor Holocaust- en Genocidestudies ­Niod deelneemt, zou daar verandering in moeten brengen. Media en politici spreken dan ook van het ‘definitieve’ onderzoek naar de dekolonisatie van Nederlands-Indië.

Dat is naïef. Het onderzoeksproject werd al bij aanvang hevig bekritiseerd in een open brief die is ondertekend door zo’n 140 academici, journalisten en anderen. Die brief bevat dertien overtuigend onderbouwde bezwaren en is te lezen op de website van Histori Bersama, een platform voor Nederlandse en Indonesische publicaties over onze gedeelde koloniale geschiedenis.

Een van de belangrijkste kritiekpunten betreft een gapend gat in de onderzoeksopzet: de koloniale context wordt niet als belangrijke factor meegenomen. Geen aandacht voor de 350 jaar Nederlandse koloniale overheersing: onderdrukking, geweld (waaronder genocide), dwangarbeid, roof, uitbuiting en racisme. Het onderzoek betreft alleen uitbarstingen van ‘extreem’ geweld in de periode 1945-’50, alsof die tijd losstaat van een langere, gewelddadige koloniale geschiedenis.

Die onbegrijpelijke keuze leidt al in de onderzoeksopzet tot mogelijke sturing van de uiteindelijke resultaten. Zo richt een deelonderzoek zich op geweldsexcessen gepleegd door Indonesiërs tijdens de Bersiapperiode (van het najaar van 1945 tot het voorjaar van 1946), op zich een legitiem onderzoeksonderwerp. Maar volgens Niod-directeur Frank van Vree wordt specifiek onderzoek gedaan naar de ‘wisselwerking tussen het extreme geweld aan Nederlandse en Indonesische zijde’, ‘psychologische gevolgen voor Nederlandse militairen’ en ‘de betekenis van de Bersiap als belangrijke factor in de latere oorlogsvoering’.

Er wordt dus onderzocht hoe we Nederlandse geweldsexcessen kunnen begrijpen als reactie op Indonesische geweldsexcessen. De indruk wordt gewekt dat Indonesiërs zijn begonnen en dat extreem geweld van Indonesiërs en Nederlanders vergelijkbaar zijn. Wordt echter ook de koloniale context als factor ­onderzocht, dan kan het Indonesische geweld ook worden ­begrepen als een reactie op langdurige en gewelddadige koloniale onderdrukking en de Nederlandse geweldsexcessen als onderdeel van een koloniaal systeem waarin extreem geweld, wit superioriteitsdenken, racisme en minachting voor de levens van Indonesiërs gewoon waren.

Deze onderzoeksopzet voldoet keurig aan het verzoek van regeringspartij VVD om niet alleen Nederlandse geweldsexcessen te onderzoeken, mede om te voorkomen dat Nederlandse veteranen – onder wie ook plegers van oorlogsmisdaden – zich gekwetst en geschoffeerd zouden voelen door het onderzoek.

Deze politiek correcte onderzoeksopzet belemmert de onderzoekers het hele verhaal te onderzoeken en te vertellen. Het grote ‘dekolonisatieonderzoek’ is daarmee verre van het ‘definitieve’ onderzoek naar de dekolonisatie van voormalig Nederlands-Indië.

Reza Kartosen-Wong is mediawetenschapper en publicist. Elke maandag schrijft hij een column voor Het Parool. Reageren? Mail dan naar reza@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden