Opinie

‘Het IJplein verdient beter dan een klaagzang over zielig Noord’

In de jaren tachtig werden het IJplein en het WTC gebouwd. Publicist Fred Feddes reageert op Bas Koks kritiek op de huidige ontwikkeling van Noord en stelt dat het IJplein een pioniersgebied was.

Hijskranen omgeven in 1983 het World Trade Centre.Beeld Stadsarchief

De gemeente heeft systematisch toegewerkt naar een nog armer Noord, stelt Bas Kok naar aanleiding van het IJplein op 5 juni. Hij slaat helaas historisch een paar planken mis. Dat geldt voor het verband tussen het IJplein en de Zuidas, en ook voor de macht of onmacht van de gemeente in de ontwikkeling van de stad.

Laten we teruggaan naar de jaren tachtig. In de strijd tegen verpaupering en woningnood draaide de stadsvernieuwing eindelijk op volle toeren. Ook verschenen de eerste plannen om braakliggende oude haven- en industrieterreinen te herbestemmen tot woon- en werkgebieden. Dat er vooral sociale huurwoningen verrezen, sprak vanzelf. Het was geen bouwen voor de armoede, zoals Kok suggereert. Integendeel, het werd als een maatschappelijke eer gezien om goede, betaalbare woningen voor gewone Amsterdammers te realiseren.

Vroege modernisme

Ook tijdens de diepe economische crisis ging de bouw door. De crisis liet wel sporen na in de afwerking van de nieuwbouw, die er begin jaren tachtig vaak schraal en vreugdeloos uitzag. Het dreigde een stilzwijgende norm te worden: sociale woningbouw moet lelijk zijn. Dit riep landelijk een tegenbeweging op bij een nieuwe generatie wethouders, architecten en corporatiedirecteuren. Zij vonden dat het beter, aantrekkelijker en mooier moest en dat sociale woningbouw moest worden gezien als een culturele opgave. Een belangrijke inspiratiebron was het vroege modernisme uit Duitsland, zoals de Weissenhofsiedlung in Stuttgart uit 1927 en de kleurrijke Berlijnse woningbouw van Bruno Taut.

Het leverde een golf op van nieuwe, frisse, optimistische woningbouwarchitectuur, vaak juist op de moeilijkste plaatsen in de stad. Voorbeelden zijn de Katerstraat in Den Haag (ontworpen door Atelier PRO), de Hillekop in Rotterdam-Zuid (Mecanoo) en ook het IJplein (OMA). Niet alles is even geslaagd en juist het IJplein kreeg vanaf het begin stevige kritiek op de stedenbouwkundige opzet en de architectuur. Maar de intentie bleef overeind. Het doel was geen ‘woonsegregatie’, zoals Kok schrijft. Het doel was de sleetse stad nieuw elan te geven, en daarbij extra inspanningen te plegen voor de leefomgeving van gewone stedelingen die aangewezen waren op betaalbare sociale woningbouw.

Een paar jaar later sloeg het neoliberalisme toe in de Nederlandse volkshuisvesting. De corporaties werden verzelfstandigd en gingen bedrijfje spelen. De gemeentelijke woningdiensten, die vaak de lastigste klussen hadden aangepakt, werden opgedoekt. De sociale huursector moest krimpen en wie iets meer verdiende werd aangemoedigd om te kopen. Op het publieke domein werd bezuinigd. Als Kok het ‘afglijden’ van het IJplein wil analyseren, kan hij beter naar dit proces in de jaren negentig kijken dan naar het ontstaan van de buurt tien jaar eerder.

Wereldhandelscentrum

In dezelfde periode kreeg de Zuidas vorm. Ook dat verliep anders dan Kok schetst. ‘In exact dezelfde periode als het IJplein bouwde de stad in Zuid het World Trade Center,’ schrijft hij, wat ten onrechte een nauwe samenhang suggereert.

Het WTC is niet gebouwd door ‘de stad’, maar gestuurd door de onzichtbare hand van de markt. Al in 1968 ging het internationale vastgoedadviesbureau Jones Lang Wootton op zoek naar een locatie voor een wereldhandelscentrum in Amsterdam. Er bestond toen nog maar één WTC, in New York, het tweede was in Tokio in aanbouw, en er waren prille plannen voor nog een handvol steden. De locatie moest nauw verbonden zijn met de binnenstad en met Schiphol. Destijds leek Sloterdijk de beste plek, maar de plannen sleepten zich voort en tien jaar later verschoof de aandacht definitief naar het nieuwe NS-station Zuid. In 1985 ging het WTC open.

De gemeente bleef lange tijd aarzelen. De eens zo machtige, sturende hand van de stadsplanning was onzeker geworden door debacles als de metro-aanleg en de Bijlmer. Deze onzekerheid is goed te zien in de geschiedenis van de IJ-as en de Zuidas.

De gemeente was in eerste instantie niet blij met de aantrekkingskracht van de A10 Zuid als kantoorlocatie. Ze vreesde dat de binnenstad als economisch centrum zou leeglopen, en bedacht de ‘IJ-as’ als remedie. Op de verlaten haventerreinen langs het IJ droomde de gemeente grote concentraties kantoren en mondaine activiteit, volgens het internationale waterfront-recept. In Boston en Londen was het gelukt, dus waarom hier niet?

Pioniersgebied

Het probleem was dat de bedrijven die de gemeente langs het IJ wenste, geen belangstelling hadden. Ze zaten liever dichter bij Schiphol, aan de Ring en aan het spoor, net als het WTC. Toen ze eenmaal hun keuze maakten, ontstond een zwaan-kleef-aan-effect waar de gemeente weinig greep op had. Doorslaggevend was de onwrikbare voorkeur van ABN Amro voor een hoofdkantoor bij station Zuid. De gemeente verzette zich een tijdlang maar ging in 1992 overstag. Niet alleen omdat de marktpartijen sterker waren, maar ook vanwege het wegvallen van de Europese binnengrenzen in 1992. Europese steden moesten voortaan onderling concurreren om bedrijfsvestigingen te lokken, en dus moest iedere stad aan haar ‘vestigingsklimaat’ werken. De Zuidas die zo in trek was bij het internationale bedrijfsleven, werd tenslotte officieel omarmd.

Nu moest ook het IJ-as-concept worden omgebouwd. Van een internationale zakenas veranderde het in een snoer van woonwijken, creatieve industrie en cultuur, met als deelgebieden onder meer het Oostelijk Havengebied, Overhoeks, Houthavens, Buiksloterham en het NDSM-gebied.

Het IJplein liep vooruit op deze metamorfose van de IJ-oevers. Het was een pioniersgebied, ook nog eens ontworpen door een architect met weinig praktijkervaring. Het gevolg waren de nodige pioniersgebreken. Maar ook mét deze gebreken heeft het IJplein een historische betekenis op stedelijke en zelfs landelijke schaal. Het verdient beter dan een klaagzang over zielig Noord.

Fred Feddes, Publicist, gespecialiseerd in ruimtelijke- en stedelijke onderwerpen. Auteur van o.a. 1000 jaar Amsterdam, De Dam, en Fietsstad Amsterdam.Beeld Kees Hummel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden