Jessica Kuitenbrouwer. Beeld Artur Krynicki

Het hondje blaft om de inboedel van de overleden buurvrouw

PlusJessica Kuitenbrouwer

Hondje 1 vliegt blaffend van mijn schoot. Langs het keukenraam zweeft een dressoir. Met schokkende bewegingen en gevaarlijk hellend in het stugge touw daalt het langzaam af naar de stoep. Kort nadat het uit beeld is verdwenen, hoor ik het holle bonken van lege lades op tegels en een kreet van goedkeuring. Het touw snelt naar boven.

Onze oude bovenbuurvrouw klopte altijd haar dekbed uit langs ons keukenraam, wat dezelfde reactie bij hondje 1 opriep als dit dressoir. Samen lachten de buurvrouw en ik dan om het schuchtere wegduiken en schelle blaffen van hondje 1 en het zorge­loze doorsnurken van hondje 2. Dan zei ze dat ze eigenlijk meer van grote honden hield, maar ‘dat onze doerakjes toch wel onweerstaanbaar waren’.

Ik mis de bovenbuurvrouw. Sinds haar overlijden heeft hondje 1 niet meer zo alarm geslagen. Sussend aai ik haar over haar rugje. Stil maar schatje, iemand heeft door het vele thuiszitten de interieur­kriebels gekregen – niks aan de hand. Maar als hondje 1 opnieuw aanslaat, vanwege een neerdalende boekenkast, begin ik me toch een beetje zorgen te maken.

Ik loop naar boven en verneem dat naast het leegstaande appartement ook een andere buurvrouw is overleden. Haar familie heeft de belangrijke stukken meegenomen en een opkoper is bezig met het ontruimen en taxeren van de rest van de inboedel.

In het trappenhuis staan grote bananendozen met snuisterijen opgestapeld. Mannen met werkhandschoenen aan en schoeisel met stalen neuzen tillen kratten van vier hoog naar beneden. De opkoper sorteert razendsnel, maar met grote precisie wat er wel en niet in zijn bus geladen wordt. Een halve dag zijn ze bezig, dan is de bus vol.

Op zondagochtend begint hondje 1 weer te blaffen. Aan het touw hangt nu een nachtkastje. We gaan erop uit, en wanneer we thuiskomen ligt er voor de flat een berg grofvuil klaar voor de gemeente. Een verzameling spullen, door de jaren heen bij elkaar gesprokkeld, waar niemand meer het nut van inziet. Het maakt me een beetje verdrietig – totdat ik ’s avonds laat een leeftijdgenoot van haar fiets zie stappen. Ze loopt om de berg heen en facetimet haar vriendin.

“Moet je die koffietafel zien! Met laatjes zelfs! Weet je nog dat ik zei dat ik die groene van ons helemaal zat was? Zal ik hem meenemen? En kijk! Weet je hoe dat rugkussen van de bank wijkt?… Dit past daar precies tussen! Oh! Wat een schattig bijzettafeltje… Fiets je anders ook even hier heen?”

Zo komen de zwevende meubels toch nog iemands interieurkriebels tegemoet.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden