Thomas Acda

Het hele gezin danst, aangeschoten van vakantievreugde

Thomas Acda Beeld Wolff

Over een paar uur zwemmen we al, lachen we. Stoeien, lezen... Het hele gezin danst, aangeschoten van vakantievreugde, en half in slaap gewiegd door vriendelijk grondpersoneel van KLM. Als lammeren dartelend richting slachtbank, zo blijkt even later.

"Instapkaarten, paspoorten gereedhouden!" Een oude peper-en-zoutsnor staat met sheriffachtig hoofd en een pudding­slap lijf verpakt in een vaal uniform voor het hekje dat hij bewaakt. Hier is de grens, zoveel is duidelijk.

Naast hem een jongen die zijn onberispelijke uniform draagt alsof het vanavond weer ongekreukt de kast in moet.

De Snor is oudgediende en hoeft geen jasje meer. Zal ie wel niet meer in passen ook. De slappe buik hangt als verkondiger van weer een andere hobby nog verder vooruit dan zijn snor.

Geïntimideerd stoppen we met ons verheugen. Er is ineens een kans dat we niet op vakantie mogen. Kennelijk bepaalt De Snor dat. Wisten wij veel. Het gebeurt elk jaar en ik vergeet het altijd weer.

Ik geef onze papieren af. Druipend van minachting vouwt De Snor instapkaarten tussen de juiste paspoorten. Als ie klaar is met zijn demonstratie zegt hij niets. Hij geeft ze terug en zwijgt.

Ik moet nu wat zeggen, dat is het machtsspel. Ik ben afhankelijk van hem. Dit is zijn dagbesteding: het vernachelen van andermans ­vakantieplezier. Me zwaar bewust van de grote ogen van mijn dochter - mogen we niet op vakantie? - blijf ik beleefd.

"Mogen we...?" vraag ik.

Lang zwijgend kijkt hij me aan en zegt uiteindelijk: "Nee. Daaro." En hij wijst naar een ander hek. Het lijkt precies op 'zijn' hek, maar hij is klaar met ons. Hij gaat ­spelen met een oude Nokia. Misschien houdt ie de puntentelling bij.

Een heel gezin: vier punten! Wij lopen naar het andere hekje waar een wel vriendelijke man mijn dag niet meteen kan lijmen. En bovendien voor nog meer verwarring zorgt.

"U mocht ook door dat hekje, hoor," zegt hij glimlachend.

Ik ben in de war.

"Nou, SSsnor zei...."

Ah, de man knikt als de loodgieter die aan één blik genoeg heeft en begrijpt wat er scheelt.

"Jaja," en hij kijkt even naar zijn collega. "Kom maar dan."

"Wat is er mis met hem?" vraagt mijn vrouw terwijl ze haar kudde richting het lonkende buitenland dirigeert.

De douanier aarzelt even, en zegt dan, als onthulde hij een geheim: "Er was hem ­vervroegd pensioen aangeboden..."

"Dat was leuk geweest," zeg ik.

"Ja, voor ons allemaal," zegt hij. "Maar zijn vrouw wil hem niet de hele dag op de bank hebben. Dus die heeft het geweigerd."

Gaan we toch nog lachend op vakantie.

Thomas Acda (1967) is zanger en acteur. Voor Het Parool beschrijft hij wekelijks zijn observaties van 'de' Amsterdammer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden