Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Het heeft geen zin om te wachten tot het droog wordt

Plus Femke van der Laan

De man naast me stoot me aan. “Wij zitten lekker droog, hè?” Hij wijst naar buiten, door het raam van de tram. We kijken samen even naar de fietsers naast ons. Het ene moment halen we ze in, het volgende moment passeren ze ons. Ze fietsen allemaal met samengeknepen ogen. Het regent hard en al de hele middag. Het heeft vandaag geen zin om te wachten tot het droog wordt.

“Ik fiets nog steeds hoor,” zegt de man, “maar vandaag mocht ik van mezelf met de tram.”

“Ik ook.”

De man wijst op de grote boodschappentas tussen zijn benen. “Anders wordt de was ook nat.”

Ik knik. Dat snap ik. Ik denk aan de was van de achterbuurvrouw. Vanmorgen opgehangen toen het nog droog was buiten. Terwijl de lakens vanmiddag steeds natter werden, zag ik voor me hoe ze vanavond in een vochtig bed zou moeten stappen. Ik kreeg er kippenvel van.

“Ik ga naar mijn vriendin.” De man glimlacht erbij.

“Wat leuk.”

“Ze woont in West. Al haar hele leven. En ik in Oost. Dat hebben we maar zo gelaten.” De man schudt even met zijn hoofd. “Als ze had willen samenwonen, dan was ik naar West gegaan, hoor. Maar dat wilde ze niet. Dat had ze al twee keer gedaan.”

“Maar drie keer is scheepsrecht, toch?”

De man glimlacht. “Voor haar niet. Ze wilde er niet meer aan beginnen. Dus we latten. Vijf jaar alweer.”

We rijden langzaam. De tram wordt weer ingehaald door de fietsers. We kijken allebei naar buiten.

“Jij denkt nu natuurlijk dat ze een heel pinnig mens is, zo’n vrouw die per se niet de sokken van een man wil wassen, maar zo is ze niet. Ze is juist verschrikkelijk lief en daarom wilde ze niet samenwonen, snap je? Want dan zou ze heel erg voor me gaan zorgen en dan zou ze zichzelf vergeten.”

De man ademt diep in en beweegt zijn benen iets uit elkaar. “En nu zorg ik een beetje voor haar.” Ik kijk in de tas. Een wit laken. Een dekbedhoes met blauwe streepjes. “Ze heeft een hersenbloeding gehad.” De man kijkt me aan. “Een kleintje maar, hoor.” Dan grinnikt hij even. “Ik heb tegen haar gezegd dat het nu toch wel handig zou zijn als we gingen samenwonen, maar daar trapte ze niet in. Ze snapt niet meer hoe de wasmachine werkt, maar ze weet nog wel waar ze niet meer aan ­begint.”

“Gelukkig maar, toch?”

“Nou, inderdaad. Liever zo dan andersom.” De man glimlacht weer. “Ze is verschrikkelijk lief.”

We kijken een tijdje zwijgend naar de fietsers in de ­regen. Dan hoor ik de man naast me zuchten. “Wij zitten lekker droog.”

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees hier al haar columns terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden