Beeld Artur Krynicki

Het hebben van een mening moet weer een feest worden

PlusNico Dijkshoorn

Ik hoop heel erg dat onze regering binnenkort het hebben van zeven verschillende meningen per week gaat verbieden. Dat wordt een slachting onder columnisten. Het ene moment zit je in je werkkamer in Nieuwegein nog een stuk over Donald Trump te tikken en een uur later word je door een mening-BOA uit je huis gesleurd.

Op het bureau mag je uitleggen waar je in godsnaam mee bezig bent. Lamp op je smoel. “Welke mening over Trump wilde je overmorgen tikken? Zeg op. Wij hebben de tijd.” Aarzelen, tegenstribbelen en dan, als ze een arm op je rug draaien: ‘“Dat hij heel stom is en dat zijn jasje niet bij zijn schoenen past.”

Na bijna een jaar corona en een paar maanden Amerikaanse verkiezingen verlang ik intens naar de glorieuze terugkeer van De Ingezonden Brief. Naar de tijd dat je moest wachten tot het Amstelveens Nieuwsblad uitkwam, om te controleren of ze je ingezonden brief hadden afgedrukt.

Het hebben van een mening moet weer een feest worden. Nu vinden iedere dag ongeveer 146 Nederlandse columnisten iets van de situatie in Georgia of ze maken zich zorgen over de gezondheidszorg in China, maar ik verlang intens naar de ingezonden brief over helemaal niets.

Twee keer schreef ik een ingezonden brief. Op papier. Ik moest een postzegel kopen. Daarna begon het heerlijke wachten. Ongeveer zoals je op het afdrukken van foto’s wachtte. Snel naar huis, laten zien en dan wachten tot er iemand ‘mooi scherp’ zei. Gloeiende trots.

Allebei mijn ingezonden brieven werden gepubliceerd. Een in het tijdschrift Voetbal International en de andere in Muziekkrant Oor. De eerste brief ging over Richard Witschge die tijdens een wedstrijd tegen Feyenoord negen keer een bal hooghield. Mijn brief in Muziekkrant Oor ging over het verdwijnen van een televisieprogramma met livemuziek.

Ik herinner mij de opwinding binnen de familie. Ik kocht van allebei de tijdschriften meerdere nummers. Oom Wim kocht, samen met mij, de Voetbal International, wees naar mij en zei: “Mijn neefje. Hij staat erin.”

Daarna las ik mijn eigen mening. Steeds maar weer. Het leek opeens een hele belangrijke mening, omdat ze hem hadden afgedrukt. Dat deden ze niet zomaar. Na de 34ste keer lezen kreeg ik spijt van bepaalde zinnetjes. Ik besloot nooit meer een ingezonden brief te beginnen met ‘Wat schetste mijn verbazing...’

Maar het was exclusief. Het was bijzonder. Ik was, een paar dagen lang, de jongen met de afgedrukte mening. Naar dat gevoel ben ik op zoek, tussen 136 andere columnisten die weten hoe je een pandemie moet oplossen.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden