Johan Fretz. Beeld Artur Krynicki
Johan Fretz.Beeld Artur Krynicki

Het geweld dat Iraanse vrouwen hun vrijheid ontneemt, staat niet gelijk aan haat jegens hoofddoekjes

PlusJohan Fretz

Johan Fretz

Een Iraans-Nederlandse vriendin van me liet een foto zien van twee kogels, groot als dikke hagelstenen. Ze had de foto toegestuurd gekregen door familie. Haar nichtje was met die kogels beschoten tijdens de protesten naar aanleiding van de brute moord op Mahsa Jina Amini, de 22-jarige Koerdisch-Iraanse vrouw die door de religieuze politie was opgepakt omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen en vervolgens zo bruut was mishandeld dat ze aan haar verwondingen overleed.

Nu zijn de vrouwen en meisjes van Iran, jong en oud, massaal opgestaan, omdat ze de fundamentele vorm van onvrijheid die het regime ze oplegt niet langer accepteren.

Ik keek naar de foto van die twee kogels, die mijn vriendin me had opgestuurd. ‘Goddank waren het rubberen kogels!’ schreef ze. Met heel haar hart was ze bij de strijd in haar moederland en het vervulde haar van woede en ook schuldgevoelens dat het protest van vrouwen uit haar familie, vrouwen die op haar leken, met harde hand werd neergeslagen om het bevechten van vrijheden die voor haar volkomen vanzelfsprekend zijn. ‘Het voelt toch alsof ik daar ook zou moeten staan.’

Ik kan me de wanhoop goed voorstellen. De Nederlandse samenleving houdt zich over het algemeen niet echt bezig met de maatschappelijk extreem succesvolle Iraniërs in Nederland. Velen van hen, of hun ouders, ontvluchtten het land na de Islamitische Revolutie, die van een modern en praktisch seculier land in no time een bakermat maakte van religieus fanatisme, van onderdrukking en geweld. Velen van hen koesteren en beschermen vrijheid daarom extra fel. Wat nu in Iran gebeurt, is voor hen opnieuw een confrontatie met alles wat destijds verloren is gegaan.

Het is dan ook doodvermoeiend om te moeten constateren dat er in het Nederlandse debat zelfs nu weer stemmen klinken die de aandacht van deze kraakheldere gewelddadige onderdrukking en religieus fanatisme willen verleggen naar ander leed. ‘Maar een hoofddoek dragen is ook vrijheid’ wordt ons toegeworpen. ‘En islamofobie dan?!’

De hele Hollandse integratiedebatbingokaart kon weer worden afgevinkt. Ons wordt feitelijk verzocht te erkennen dat het geweld dat vrouwen de vrijheid ontneemt te kunnen doen en laten wat ze willen, gelijkstaat aan de vuige haat jegens hoofddoekjes. Maar: sorry. Nee. Dat is niet hetzelfde. En bovendien gaat het domweg nu even niet over jou. Misschien morgen weer, een andere dag. Maar niet vandaag.

Vandaag tonen wij ons solidair met de Iraanse vrouwen en meisjes, met Mahsa Jina Amini, die werd vermoord omdat zij haar hoofd niet voldoende zou hebben bedekt. We benoemen ook haar Koerdische roots, omdat geen volk zo vernederd en vertrapt wordt als de Koerden.

We spreken ons uit tegen het regime dat sinds de Islamitische Revolutie van 1979 vrouwen gewelddadig onderdrukt en ze het recht ontneemt op fundamentele vrijheid. Dat doen we zonder gratuite whataboutismen, want dat leidt af van waar het nu om zou moeten gaan. Voor Mahsa, voor mijn vriendin, voor alle Iraanse meisjes en vrouwen over de hele wereld. Wij staan achter jullie.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft elke zaterdag een column voor Het Parool.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden