Plus

Het gespleten karakter van de Europese verkiezingen

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: de Europese verkiezingen.

Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

De betere schrijver

Dezer dagen verblijf ik in Spanje, waar het opvalt dat je in de openbare ruimte weinig merkt van de Europese verkiezingen. Net als in Nederland tref je vrijwel nergens verkiezingsborden of affiches aan. Omdat ik in mijn journalistieke leven toch ook één keer een vraag aan taxichauffeur wilde stellen, vroeg ik hem wat hij ging stemmen.

“Huh…,” zei hij, “er zijn toch net verkiezingen geweest?” Toen wist ik genoeg, maar omdat het bloed blijft kruipen, keek ik ’s avonds in het hotel op mijn laptop eerst naar Margriet van der Linden en toen naar het debat tussen Mark Rutte en Thierry Baudet. Bij M zei Bas Heijne dat hij niet ging kijken, omdat hij toch al wist wat er gezegd zou worden, een tamelijk geborneerde houding, die later werd gelogenstraft.

Bij medestanders kan Baudet geen kwaad doen, bij zijn tegenstanders geen goed. Er zit weinig tussen. Dat bleek ook toen bekend werd dat Baudet in American Affairs een recensie-achtig essay had gepubliceerd over Serotonine, de nieuwe roman van Houellebecq. Zijn vijanden haalden er nog diezelfde dag uit dat Baudet zich tegen abortus en euthanasie had uitgesproken. In de media werd die opvatting onmiddellijk doorgebazuind, maar ik vermoed dat maar weinigen het boek, waar Baudet naar verwijst, hebben gelezen. De Nederlandse vertaling van ­Serotonine staat na acht weken op de 59ste plaats van de Bestseller 60 van de CPNB.

Volgens mij heeft Baudet, in navolging van Houellebecq, niet veel meer gezegd dan dat aan abortus en euthanasie ook nadelen zijn verbonden en dat wij het daar eens over moeten hebben. Of Baudet de visie van Houellebecq op vrouwen verkeerd heeft begrepen, zoals Houellebecqs vertaler Martin de Haan beweert, zou ik niet durven zeggen. De geestig gore pagina’s

44-46 en 57-60, alsmede het slot geven een enigszins gemengd beeld op de vrouw als dominant wezen, wat overigens niet wegneemt dat Serotonine een geweldig boek is, dat geweldig is vertaald. Houellebecq is natuurlijk een veel betere schrijver dan Baudet, maar het is niettemin te prijzen dat Baudet zich aan hem wil laven. Of een politicus er verstandig aan doet zich aan zoiets te wagen, is een andere zaak.

Het debat tussen Rutte en Baudet eindigde in 2-2. Baudet was, ongetwijfeld ingefluisterd door Paul Frentrop, sterker in het begin. Rutte kreeg aan het eind de overhand. Het slot weerspiegelde precies wat de democratie zo fascinerend maakt. De derde hond liep ermee heen en dat was Frans Timmermans, telg uit een partij die al lang op apegapen ligt. Velen die tegen Baudet waren, hebben op Timmermans gestemd. Zo won de meest positieve kandidaat uiteindelijk dankzij de tegenstemmen.

Max Pam

Gespleten karakter

Voor de ware liefhebber van de Europese politiek was het tv-debat tussen Mark Rutte en Thierry Baudet allicht niet het meest relevante onderdeel van de verkiezingscampagne, maar qua levendigheid versloeg het alle andere debatten ruim. Wie nuffig zei niet te gaan kijken naar dit treffen tussen twee politici wier namen niet op het stembiljet stonden, kreeg ongelijk.

Het debat telde tal van saillante momenten, en niet het minste kwam aan het slot, toen Baudet een groot nummer maakte van het feit dat Ruttes VVD in Brussel in één fractie zit met D66, dus met een partij die wil aansturen op een Europees leger. Waarna de premier hem er fijntjes op wees dat het Europees Parlement niet gaat over de eventuele oprichting van een Europees leger. Daarover beslissen de regeringsleiders – en die gaan dat volgens de premier niet doen.

Het saillante zat ’m ook in het gespleten karakter van de Europese verkiezingen dat daarmee werd blootgelegd. Het Europees Parlement is ­zeker niet het tandeloze instituut dat onbedaarlijke EU-haters ervan maken. Het heeft duidelijk aan gewicht gewonnen. Maar het heeft in tal van zaken niet het enige, laat staan het laatste woord.

Daarover hoeven we geen klaaglied aan te ­heffen. De EU is nu eenmaal een mix van communautaire en intergouvernementele structuren. Dat past ook bij een unie die eigenlijk geen unie is, maar een verbond van staten die som­mige bevoegdheden wel willen overdragen, maar hun soevereiniteit ten principale niet ­willen opgeven. De Verenigde Staten van Euro­pa zullen er in de afzienbare toekomst niet ­komen.

Daarom ben ik ook totaal niet gecharmeerd van het optreden van de zogenoemde ‘Spitzenkandidaten’, die menen te kunnen bogen op een rechtstreeks kiezersmandaat als hun politieke beweging als grootste uit de bus komt en ze op grond daarvan aanspraak maken op het voorzitterschap van de Europese Commissie.

De realiteit is dat de Europese verkiezingen nog altijd grotendeels een nationale exercitie zijn. Frans Timmermans mag half Europa afreizen om sociaaldemocraten een hart onder de riem te steken, maar alleen in Nederland prijkt zijn naam op het stembiljet.

In Frankrijk spelen de geestverwanten van Timmermans geen rol van betekenis en zijn de verkiezingen vooral een prestigeslag tussen ­Emmanuel Macron en Marine Le Pen. In Groot-Brittannië slaagde Labour erin om met een verkiezingsmanifest te komen, waarin het woord Europa welgeteld één keer valt. Ook in andere lidstaten overheersen binnenlandse kwesties.

Bovendien ziet het ernaar uit dat geen enkele fractie in het Europarlement straks meer dan een kwart van de zetels zal bezetten. Wie daaraan een groots mandaat ontleent, leeft in een Brusselse bubbel.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden