Beeld Artur Krynicki

Het gelul van Wilders en Dijkhoff

PlusTheodor Holman

Het Goede, het Ware en het Schone, de drie pijlers waarop Plato zijn filosofie baseerde (zo leerde ik op de middelbare school) hadden met elkaar te maken. Wat goed was, was waar en mooi.

Het is zo’n regel die je verlicht als je jong bent, je ontkent als je ouder wordt en een wandelstok is als je bejaard bent.

Ik leunde er weer op toen ik een debatje in de Tweede Kamer zag tussen Klaas Dijkhoff van de VVD en Geert Wilders van de PVV. Dijkhoff verweet Wilders ‘gelul’ en Wilders zei dat zijn verwijten ‘geen gelul’ waren.

Natuurlijk: dat mag.

Uiteraard: het brengt wat leven in de Kamer waar ze saai bier brouwen.

En vanzelfsprekend: een van de twee zal wel gelijk hebben.

Maar ik hoorde alleen dat ‘gelul’.

Ik gebruik het ook wel. Het is Carmiggelt die het voor het eerst in een Nederlandse krant in een Kronkel schreef.

Maar het ‘gelul’ van Dijkhoff zal volgens mij voor het eerst in de Handelingen van de Tweede Kamer voorkomen.

Ik vond het lelijk, niet goed en onwaar.

Men mag mij burgerlijkheid, kleingeestigheid of ouderwetsheid verwijten, maar het gelul van de heren ondergroef beider argumenten. Ik weet wel dat argumenten er niet meer toe doen, en ik snap dat effectieve communicatie vereist dat je je opponent voor hoerenloper uitmaakt en dat vervolgens de beste vraag is of z’n vrouw de buurman nog steeds neukt. En, nogmaals: van mij mag dat allemaal straffeloos worden gebezigd, maar het roept ook weerstand op omdat het afleidt van het politieke debat. Het maakt het debat krachteloos.

Dat debat heeft een zekere afstandelijkheid nodig. Juist in woordgebruik. Dat afstandelijke vocabulaire is noodzakelijk om de argumenten helder, scherper en duidelijker tot hun recht te laten komen.

En kijk naar Engeland. Juist het afstandelijke vocabulaire maakt het mogelijk om de ander nog meer neer te halen dan een scheldwoord ooit zou doen, zo je dat zou willen. In het Lagerhuis zijn eufemismen en ironie zeer populair. In Nederland zijn de politici daar niet goed toe in staat.

Schelden (lul, klootzak, zak, hou je bek, etc.) is agressief taalgebruik dat soms heel nuttig kan zijn. Ironie, understatement, is niet agressief. Dat prikkelt de geest en noopt tot een spits antwoord.

Ik denk – het is een klassieker – aan Hans Wiegel die te horen kreeg: “Lul!”

Zijn antwoord: “Aangenaam, Wiegel.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden