Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het geld zit nog in de portemonnee. Zestig euro, de biljetten lijken vers

PlusTheodor Holman

En opeens vind ik een portemonnee.

Mijn eerste gedachte was: Iemand is gerold. Zakkenroller heeft het geld gepakt en de portemonnee weggegooid.

Maar het geld zit er nog in. Niet veel. Zestig euro. De bankbiljetten lijken vers. Er is ook een naam op een creditcard. Dus is het adres ­– hier in de buurt – gauw gevonden.

Een minuut of tien later zit ik in een keuken tegenover een man die ouder lijkt dan ik.

Het stinkt in de keuken naar kattenpis. De kattenbak, gevuld met oude kranten, staat onhandig voor de oude keukenkastjes. Daarnaast weer een bakje met kattenbrokken en een bakje met water. De afwas wordt onregelmatig gedaan. Een lieve kater schuurt langs mijn benen. De man – sociaal onhandig – weet niet hoe hij mij moet bedanken en lijkt mij het liefste snel weg te willen hebben en ik wil eigenlijk ook wel snel naar huis.

“Wilt u koffie?” vraagt hij.

“Nee, dank u, ik wilde alleen de portemonnee terugbrengen.”

“Thee?”

“Nee, echt niet.”

“Biertje anders, of zo?”

“Nee, nee, echt niets… Nee.”

Hij kijkt naar zijn portemonnee, maakt hem open, maar ik heb er echt niets uit gehaald.

“En het fotootje zit er ook nog in,” zegt hij.

Het fotootje was me opgevallen. Ik zeg er niets over. Ik ga staan om te vertrekken. De kat springt op de keukentafel en geeft me kopjes. Hij spint.

“Blijf nog even,” zegt de man.

“Ik moet nog boodschappen doen,” lieg ik, maar ik ga toch weer zitten. Hij heeft me nog niet echt bedankt. Iets weerhoudt hem, lijkt het, of hij is het vergeten of hij kan het gewoon niet. Het hoeft ook niet. Ik ben blij dat hij zijn portemonnee weer terug heeft.

“Ik had niet gemerkt dat ik hem was verloren,” zegt hij. De portemonnee pakt hij weer even op en legt hem neer.

“Dat geld had me niks kunnen schelen,” zegt hij.

Ik knik.

“Wilt u echt niets?”

“Nee, dank u…”

Het spijt me erg, maar ik sta weer op. Het is benauwd.

“Ik ben u heel dankbaar,” zegt hij uiteindelijk.

“Hoeft niet, maar… gelukkig.”

Ik aai de kat nog even. Die springt van de tafel en gaat op de bak.

“Waar vond u mijn portemonnee precies?”

Ik leg het uit. Hij knikt.

Als ik buiten sta, krijg ik die foto niet uit mijn geest.

Een klein zwart-wit fotootje van jaren geleden van een jongetje van tien, denk ik.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden