Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het ergste is: je gelooft ze niet meer

PlusTheodor Holman

Daar stonden ze weer: Jokkie en Hokkie. Ik bedoel: je zit niet meteen te kijken naar Fred Astaire en Gene Kelly. (Dat waren twee fabuleuze dansers, jongelui, kijk maar op YouTube.)

Jokkie en Hokkie zijn de demissionaire houten klazen wier antwoorden op de coronacrisis uitgesproken worden in Houtwol. Houtwol is politieke houtenklazentaal; tuinslangzinnen met centrifugerende zinsdelen waarbij onderwerp, gezegde en lijdend voorwerp tot dubbelzinnigheid worden gedwongen om in de mededeling een geitenpaadje te verbergen om later te kunnen ontkennen wat je hebt gezegd.

Jokkie is goed in de geitenpaadjes, Hokkie in de centrifugerende zinsdelen. De mevrouw die in gebarentaal tolkt wint het soms in duidelijkheid van de andere twee.

Waren Jokkie en Hokkie vroeger vaders en dominees, werden het daarna rechters en officieren van justitie, tegenwoordig kijk je naar twee verdachten in een proces waarvoor Franz Kafka bier en popcorn in huis zou hebben gehaald.

Jokkie en Hokkie zijn het wringen in de bochten moe.

“Wordt er te weinig geprikt? We zijn afhankelijk van het tempo waarmee we de vaccins toegeleverd krijgen.”

“Kunnen we de horeca niet openen? Dat komt doordat de ziekenhuizen nog vol zitten. Met open terrassen is er te veel beweging.”

Jokkie en Hokkie, de ongeïnspireerde orgeldraaiers. Ze voelen zich vernederd want afgekeurd en hun schoenzolen zijn van tandvlees.

Het ergste is: je gelooft ze niet meer.

Hun gezag is – in het wolvenbos – een chihuahua met een strikje in het haar die achter ze aan trippelt.

Alles wijst er op dat we met Jokkie en Hokkie nog een tijd zitten opgescheept.

Jokkie is in het geheim al toneellessen gaan nemen om in plaats van zijn jongensachtige bravoure nederigheid te laten zien. Want alleen met nederigheid kan hij nog wat scherven van zijn oude allure opvegen. Veel zijn het er overigens niet. En Hokkie is al de advertenties van de regionale kranten aan het spellen om te kijken of er ergens een dorp is waar ze mettertijd een hoofd der school nodig hebben.

Maar tot die tijd staan Jokkie en Hokkie nog om de zoveel weken achter de katheder.

Met hun mondhoeken trekken ze onweerswolken het land in, met hun nietszeggende spreuken proberen ze vergeefs wat zonneschijn te toveren. Niet om aan te zien! Alsof ze staan in een regen van schlemieligheid. Dikke druppels dalen op hun beboterde hoofden. Vette tranen van schuld druipen van hun wangen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden