Plus Column

Het enige waar ik over aarzel is het Kwakoe Festival

Patrick Meershoek Beeld Maarten Steenvoort

Hoewel de statistieken stuk voor stuk wijzen op het tegendeel, blijft de stelling dat vroeger alles beter was hardnekkig bestaan. De popmuziek, de politiek, de rentestand, de postbezorging, het weer, het aanbod op televisie, de camping in Toscane: het is allemaal niet meer wat het was.

Ik zelf zwem professioneel al mijn hele leven achter de gemiste boot aan. Toen ik halverwege de jaren tachtig aanmonsterde op de School voor de Journalistiek in Utrecht, kreeg ik van de docenten die het hadden meegemaakt te horen hoe geweldig de sfeer daar in de wilde jaren zeventig was geweest. Alles kon, alles mocht, maar daar was nu helaas niets meer van over.

Toen ik na het behalen van mijn diploma trappelend van ongeduld aan mijn eerste baan begon, kreeg ik van de seniore collega's in het café in drank gemarineerde verhalen voorgeschoteld over journalistieke heldendaden in vroeger tijden.

Tja, het vak was toen natuurlijk heel anders geweest dan nu. Drink je wel een beetje door?

Knap vervelend allemaal, en van de weeromstuit schets ik nu zelf bij voorkeur een gitzwart beeld van het verleden.

Vroeger? Twee zenders op de televisie, gebakken bloedworst, tandpasta zonder vrolijke streepjes.

Journalistieke helden? Zeker, als ze niet dronken en vervelend waren.

Gezondheidszorg? Mijn eerste tandarts gebruikte een handboor.

Nee, wees maar blij met het hiernumaals.

Het enige waar ik enigszins over aarzel is het Kwakoe Festival in het Bijlmerpark, tegenwoordig het Kwaku Festival in het Nelson Mandelapark.

Ach, wat zou ik daar graag eens rondlopen in pakweg de vroege jaren tachtig. De jonge Steve van Dorpel zien voetballen, een roti uit de kofferbak van een geparkeerde auto eten en een plastic beker behoorlijk prijzig gemberbier kopen om te ontdekken dat de uitbater van het tentje van stokken en zeil in werkelijkheid whiskey verkoopt.

Dat rauwe festival van vroeger is tegenwoordig een professioneel evenement geworden, met vaste prijzen per vierkante meter witte partytent en een aanbod dat zich in grote lijnen keurig aan de regels houdt van de Voedsel- en Warenautoriteit.

Bruisend, tropisch en vrolijk, maar onmiskenbaar is er met de restyling ook iets van het oude karakter verloren gegaan.

Eerlijk is eerlijk: de programmering op het festival is stukken aantrekkelijker dan in die woeste jaren, toen artiesten wel of niet kwamen opdagen, of na een optreden eerst op de vuist moesten met de penningmeester om betaald te krijgen. Waarop de penningmeester vervolgens weer op de vuist moest met een standhouder die weigerde zijn huurpenningen te voldoen.

Dat gebeurt allemaal niet meer, en dat tolereren we ook niet meer.

Het is het verhaal van de oprukkende beschaving: die komt steeds langs met de beste bedoelingen, maar heeft ook altijd een indrukwekkend pak regels, voorschriften en eisen bij zich.

Als de beschaving een beker gemberbier schenkt is het inderdaad gemberbier, en soms is dat jammer.

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool.
Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden