Opinie

‘Het einde van identiteitspolitiek: stem wat je vindt, niet wat je bent’

Het was de laatste weken onrustig bij 50Plus en bij Denk. Het toont de teloorgang van de identiteitspolitiek en is een aansporing voor ideologische partijen om zich weer meer te profileren, stelt John Jansen van Galen. 

Corrie van Brenk (50Plus) en Henk Krol (Groep Krol/Van Kooten-Arissen) tijdens een Tweede Kamerdebat over de coronacrisis. Beeld ANP

Tijdens de coronacrisis heeft zich als prettige bijkomstigheid op een zijtoneel de ondergang van identiteitspolitiek in Nederland voltrokken. Ik weet niet of u het gevolgd heeft, de reactie ‘hebben die mensen niks beters te doen’ lag voor de hand. Binnen de top van zowel 50Plus als Denk vlogen de scheldwoorden (‘Tuinkabouters!’, ‘Kwaadsprekers!’), verdachtmakingen, aangiften en royementen over tafel. Aantijgingen van ‘zetelroof’, ‘plunderen van de partijkas’, ‘verraad’, ‘broedermoord’ en ‘grensoverschrijdend gedrag’ waren aan de orde van de dag.

De vraag waar het inhoudelijk over ging, kon niet anders worden beantwoord dan met: nergens over. Het was puur machtsstrijd.

50Plus kelderde daardoor ineens van een potentiële tien zetels naar slechts eentje en ook Denk zal dit lelijk opbreken. Toen deze partijen nog in opkomst waren, voorspelden koffiedikkijkers dat ‘ideologie’ als politiek bindmiddel allengs verdrongen zou worden door ‘identiteit’: je stemt wat je bent, niet op wat je vindt.

Boer Koekoek

Nieuw is dit verschijnsel niet. Tussen de wereldoorlogen hield een Plattelandersbond zich anderhalf decennium staande in het parlement, in de jaren zestig en zeventig handhaafde de Boerenpartij van ‘boer’ Koekoek zich even lang, met in 1967 een uitschieter naar zeven zetels. In 1994 scoorden ouderenpartijen even­eens zeven zetels, nadat CDA-lijsttrekker Brinkman het bevriezen van de AOW had geopperd. Na een kortstondige triomf ging de identiteit doorgaans ten onder in gekrakeel en afsplitsingen. Nooit wist een identiteitspartij zich een vaste, invloedrijke plaats te verwerven in het politieke spectrum.

50Plus en Denk leken even een goede kans te maken een stabiele politieke kracht te worden. Denk had met Sylvana Simons erbij een brede migrantenpartij kunnen worden, maar bleef uiteindelijk alleen een immigrantenpartij voor moslims. 50Plus maakte zich door de naam breder dan alleen een pressiegroep voor het belang van gepensioneerden; de partij vertolkte een gevoel van uitgerangeerd zijn, dat niet alleen ouderen verbittert. Waarom werden ze dan toch geen succes?

Charismatische types

Reden één: de doelgroep van zulke partijen is altijd veel groter dan het aantal mensen dat erop stemt. Nooit zullen alle immigranten op Denk en alle senioren op 50Plus stemmen. Ik ken tenminste niemand van mijn leeftijds­genoten die ooit op Henk Krol heeft gestemd. Behalve migranten en ouderen die hun groepsbelang voorop willen stellen, zijn er gelukkig velen die vinden dat politiek moet worden bedreven met het oog op een algemeen belang.

Reden twee: het beklemtonen van het groepsbelang kan tot verschillende keuzen en dus tot politieke conflicten leiden. Als een partij de AOW wil verhogen, is de vraag meteen: ten ­koste waarvan? Van de ontwikkelingshulp, van defensie? Van belastingverhoging of premieverhoging, dus ten nadele van jongeren? Met name 50Plus is een vergaarbak van politici die zich er vanuit verschillende visies bij aansloten: Henk Krol en Geert Dales komen uit de VVD, Corrie van Brenk, Gerrit Jan van Otterloo en Jan Nagel uit de PvdA, Martin van Rooijen uit het CDA. Die worden het niet gauw eens.

Reden drie: identiteitspartijen worden opgericht en groot gemaakt door een charismatisch type, dat niemand naast zich duldt. Denk aan Hendrik Koekoek en Jet Nijpels van het Algemeen Ouderenverbond. Ze zijn vaak partij- en fractieleider tegelijk. Denk had er twee, Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, die elkaar inmiddels het licht in de ogen niet gunnen. 50Plus had Henk Krol als onomstreden voorman met veel aanhang in de doelgroep. Nu het spel voor hem uit is, richt hij een Partij voor de Toekomst (wie kan daar tegen zijn?) op.

Klassieke partijen

Moeten we rouwig zijn om de teloorgang van identiteitspolitiek? Allerminst. Het ‘beleven’ van je ‘identiteit’ is tegenwoordig, onder invloed van menig tv-programma, bijna een moreel voorschrift, maar het is ook exclusief en sluit anderen uit.

Democratische politiek moet groepsbelangen niet verabsoluteren, maar tegen elkaar afwegen en met elkaar verzoenen. Aan die afweging wordt van oudsher richting gegeven door het beeld dat politieke partijen hebben van de ­ideale staat en maatschappij, zeg: ideologie. De vroegere SDAP was niet alleen een arbeiderspartij, maar een ‘sociaaldemocratische’ arbeiderspartij, die haar beleid liet bepalen door sociaaldemocratische beginselen. Dito voor de christelijke partijen. In 1956 verenigden ze daar­mee ruim 80 procent van de kiezers achter zich.

Die beginselen zijn in de laatste decennia verwaterd. De PvdA dreef ver af naar het neoliberalisme van de VVD, ook het CDA zwalkte naar rechts. Vorig jaar mobiliseerden ze daarmee nog geen 20 procent van het electoraat. Identiteitspartijen zagen hun kans schoon en sprongen in het gat van de ideologische leegte. Dat zij hun kansen verknallen en ruziënd ten onder gaan, moet voor de klassieke partijen een aansporing zijn om weer duidelijk te laten zien welke samenleving hun op den duur voor ogen staat. 

John Jansen van Galen. Journalist en publicist.Beeld ANP Kippa
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden