Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Het einde leek in zicht

PlusTheodor Holman

Een zeer goede kennis van ons is al oud. Ze liet ons destijds weten dat ze niet op de ic terecht wil komen als zij corona krijgt. Wij begrepen dat. Ze uitte nog van die waarheden die ik altijd enigszins betwijfel.

“Mooi leven gehad, hoor… En nu Wolletje dood is, heb ik toch weinig meer om voor te leven.”

Wolletje was al tien jaar uitgemiauwd.

Een paar dagen geleden belde de goede kennis. Koorts, hoesten, een beetje benauwd. Ze wilde eigenlijk ook niet praten.

“Toen ik vanmorgen wakker werd, wist ik: het is zover.”

Een zinnetje als een scalpel waarmee chirurgen rond het hart snijden, zeker als hij wordt uitgesproken met een ruis van vermoeidheid en kortademigheid.

“Wat zei de dokter?”

“Ik wil geen dokter.”

“Laat je testen.”

“Nee… Ik heb mijn maatregelen getroffen.”

Ik zweeg.

Hoewel ik tegenwoordige steeds onrustiger word als het onderwerp vrijwillige beëindiging van het leven betreft, is mijn respect voor een progressieve oudere nog groot.

Toen ik het telefoongesprek had beëindigd, knaagden de vragen.

Zij was besmettelijk, moest zij anderen niet vertellen dat ze besmet was, wie waren die anderen eigenlijk, hoe ging het nu verder, ze had niemand hier, moesten we geen mensen waarschuwen, wanneer wilde ze eigenlijk sterven?

We belden naar een familielid van haar in Amerika en voelden ons ongemakkelijk. Soms was het of ik op afstand een ruzie zag waarvan ik eigenlijk niet wist of ik me er nu wel of niet mee moest bemoeien.

En wat moesten we verder doen?

We belden, maar de telefoon werd niet beantwoord, waardoor ik dacht dat ze al dood was en dat ik er te weinig aan had gedaan om dat te voorkomen. Maar moest ik dat wel voorkomen? Waarom? Een doodswens kan een lievelingswens zijn.

En toen werd ik gebeld.

“Het was geen corona… Ik ben getest.”

“Wat een geweldig nieuws!”

“Ja…”

Een ‘ja’ die klonk als ‘nee!’ en deze klonk niet alleen als nee, maar bevatte ook de betekenissen klootzak, bemoeial, en de zinnen: waarom heb je me dit aangedaan, ik dacht dat we vrienden waren, waarom liet je me niet sterven?

“Ik ben blij toe, schat,” zei ik.

“Ja.”

“Laten we snel een afspraak maken.”

“Als ik weer beter ben… Het was alleen geen corona.”

“En, hoe gaat het verder?” vroeg ik toen.

“Slecht… heel slecht.”

Ik kreeg straf in plaats van dankbaarheid.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden