James Worthy Beeld Agata Nowicka

Het eerste lijntje snoof hij op van de kaft van Moby Dick

Plus James Worthy

Ik kom hem tegen op de roltrap in een warenhuis. Hij gaat naar boven en ik ga naar beneden. Mijn vriend van vroeger steekt zijn hand uit en ik houd zijn vingers vast tot ik echt los moet laten. De roltrappen trekken ons uit elkaar, net als zijn verslaving ons ooit uit elkaar heeft getrokken.

Als hij voor me staat schrik ik. Er is nog maar weinig van hem over. Hij weegt minder dan zijn schaduw. En hij heeft meer oorlellen dan tanden.

Ik deed mijn eerste lijntje in zijn keuken. Boven zijn aanrecht hing een filmposter van Pulp Fiction. Zijn koelkast was zo leeg dat je een echo hoorde als je hem opentrok. Het enige wat er altijd in stond was een flesje koffiemelk voor zijn kat.

“Ben je afgevallen?” vraag ik.

“Zo’n dertig kilo. Voor de zomer, weet je wel? Ik wil er goed uitzien voor het strand,” lacht hij. Maar dan trekt hij een mouw van zijn capuchontrui omhoog. Mijn ­oude vriend heeft meer kraters dan de maan.

De naam van zijn kat was Kapitein Ahab. Er stonden twintig verschillende uitgaven van Moby Dick in zijn boekenkast. Hij hield van lezen. Zo was alles ook begonnen, vertelde hij me een keer toen we om vier uur in de nacht zoete popcorn aan het eten waren. Eerst dealde hij alleen maar. Van dat drugsgeld kocht hij boeken. De boeken vonden het niet erg. Ze voelden zich niet schuldig. Die klootzakken wilden gewoon gelezen worden.

Maar op een dag sloot zijn favoriete boekenwinkel de deuren. De verhalen waren op en toen veranderde de nachtapotheker opeens in een klant. Het eerste lijntje snoof hij op van de kaft van Moby Dick. De witte walvis zwom zo zijn neus in.

“Woon je nog steeds in De Baarsjes?” vraag ik.

“Nee, ik woon bij mijn moeder in Noord. In Amerikaanse films zit toch altijd zo’n moment waarop moeders en vaders hun verslaafde kind laten vallen? Dat ze alles hebben geprobeerd en zo? Mijn moeder laat me niet vallen. Mijn zussen vinden dat heel erg. Die zijn van mening dat ik pas beter kan worden als zij me heeft laten vallen. Dat ik dan wakker word of zo.”

“Heb je al je boeken nog?”

“Daar wil ik niet over praten, James. Weet je dat ik vorig jaar een paar maanden in de gevangenis heb gezeten? Ik had niets gewelddadigs gedaan hoor. Iets met creditcards. Je kent me. Maar ik had daar dus een bewaker die me iedere week een notitieblok gaf. Hij zei dat ik mijn leven op moest schrijven. Dat dat zou helpen. Dus ik schreef zeventien notitieblokken vol en gaf ze aan hem. Toen gebeurde het. De bewaker liep met een tasje van de Hema mijn cel binnen. Hij hield het tasje ondersteboven en er vielen allemaal brokken as uit. Dat bleek dus mijn verhaal te zijn. Toen zei hij dat ik hem niet had moeten vertrouwen en daarna verdween hij.”

“Dat is echt verschrikkelijk, Joris.”

“Ik heet geen Joris meer.”

“Hoe moet ik je dan noemen?”

“Call me Ishmael.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.