Plus Column

'Het echte probleem, is dat er niks te doen is in deze buurt'

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Tamelijk stevige boys zoek ik. Dat klinkt schattig, maar dat is zeker niet zo bedoeld. De burgemeester omschreef er vierenveertig overlast gevende jongeren uit de wijk De Banne mee. Het is zo erg dat twee van die boys al een gebiedsverbod hebben gekregen.

Ik zoek de resterende tweeënveertig. Maar als ik aankom in de buurt, rond een uurtje of vier 's middags, is er niemand op straat. Wel rijdt een politieauto stapvoets door de buurt. Ik zet de achtervolging in - wie weet leiden zij me naar de groep.

We rijden door de Botterstraat, Loggerhof, Loods­kotterhof en de Schoenerstraat. Telkens hetzelfde beeld: grauwe, slecht onderhouden flats, vervallen speeltuintjes en straatvuil.

In de buurt van verzorgingshuis Eduard Douwes Dekker zie ik een man met een hondje. Kent hij de jongens? Ja, zegt de oude man. Ze hingen 's avonds op het veld naast het tehuis. Hij had er geen last van, als hij gaat slapen is ie meteen weg, maar andere bejaarden klaagden over geluidsoverlast. Toen ging de politie patrouilleren en nu komen ze niet meer. Meer weet ie niet.

Ik fiets verder, door de Tjalk- en de Klipperstraat. Daar zijn aan de flats behalve satellietschotels ook waarschuwingsborden bevestigd. Cameratoezicht, staat erop. Maar mensen om te filmen zijn er niet.

In de verte doemt een groot, glazen winkelcentrum op. En een winkelcentrum betekent leven, dat weet iedereen.

Op het Bezaanjachtplein staat een dik meisje te roken in de deuropening van Snackbar Banne. Ze heeft een hoofddoek en een schort om. "Friet komt eraan," zegt ze tegen de tieners met energydrinks op het terras.

Ik spreek twee oudere jongens aan. We praten niet met de media, zeggen ze meteen. Ze liegen over ons! Ze zwaaien met hun armen.

Een zestienjarige jongen in een glimmend joggingpak van Paris St. Germain komt erbij staan. Hij wil weten of het over de gebiedsverboden gaat. Er zijn veel maatregelen, zegt hij. Hij wijst naar die grote ronde camera's op het plein.

Maar het echte probleem, zegt hij, is dat er niks te doen is in deze buurt. In het enige buurthuis loopt tegenwoordig een beveiliger rond die de grote jongens buiten houdt.

De jongens willen niet praten over incidenten. Namen hebben ze ook al niet. Ze stellen elkaar voor als: m'n neefje.

Ik vraag de twintigers wat voor werk ze doen. "Ik hoef niet te werken," zegt een jongen met gouden tanden in zijn mond. "Mijn vader is rijk." Ze vragen of ik met de auto ben. Als ik zeg dat ik fiets, lachen ze hard. "Echt verkaasd."

"Maar wat doen jullie dan, de hele dag?" vraag ik om terug te komen op hun dagbesteding.

"Gewoon, slapen. En nu gaan we ontbijten." De twee jongens draaien zich om en stappen de snackbar binnen.

Meer neefjes. Nu twee jongens van een jaar of elf. Ze gaan naar het buurthuis, om te pingpongen. Ik mag wel mee.

In het huis van de wijk, zoals het buurthuis heet, is het druk. Een groep kinderen speelt een kaartspel met twee begeleiders. De pingpongtafel is nog niet bezet. De kleinste van de twee neefjes geeft me een batje. Een meisje drukt me een minipizza in handen.

"Bent u de moeder van Appie?" vraagt iemand.

"Nee," roept Appie, "ze is m'n nicht!"

Reageren? yasmina@parool.nl

Yasmina Aboutaleb (29) rapporteert op dinsdag en donderdag vanuit de stad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden