Reza Kartosen-Wong. Beeld Artur Krynicki

Het driedubbeldikke privilege van Robert Oey

Plus Reza Kartosen-Wong

Hoe dan? dacht ik bij het lezen van de aaneenschakeling van ontluisterende uitspraken die Femke Halsema’s partner Robert Oey deed in het veelbesproken interview over de onklaar gemaakte revolver waarmee hun zoon was opgepakt. Oey erkent dat het verboden wapen van hem was – hij kan natuurlijk ook niet anders – maar het is stuitend dat hij verder geen verantwoordelijkheid als vader neemt en toont. Uit niets blijkt dat hij de ernst van de situatie wil inzien.

Oey vindt het ‘grappig’ dat niemand vroeg waar het wapen vandaan kwam, hij meldde het daarom niet meteen. Ook wilde hij niet terugkomen uit Thailand waar hij was voor opnames. Oey bleef nog twaalf dagen en hield zich verder niet bezig met de kwestie. En hij heeft er naar eigen zeggen nog steeds niet echt over gesproken met Halsema of hun zoon.

Oey vindt dat het verboden wapen ‘gewoon’ bij zijn werk hoort. Sterker, hij vindt dat hij wetten moet kunnen over­treden. Die vrijheid, dat recht, eist Oey opzichtig op. Dat is wie hij is en daar moet zijn omgeving, nee, de samenleving maar mee dealen.

Wat een privilege. Zou een vrouw zich zo gedragen en uiten, dan zou zij door vriend en vijand worden afgeserveerd als slechte moeder. En zou Oey niet tot de culturele elite behoren, maar een vrachtwagenchauffeur zijn, dan zouden verhalen over gebrekkige opvoedkundige vaardigheden en ontbrekend ouderlijk toezicht niet van de lucht zijn.

Minder bevoorrechte gezinnen worden sowieso harder aangepakt. Zo las ik een aangrijpende blogpost van Diana Sardjoe, oprichtster van de stichting De moeder is de sleutel, over een hardwerkende gescheiden moeder van drie kinderen wier zoon ook werd opgepakt met een nepwapen. Ook hij had geen strafblad. De zoon kreeg detentie, ondertoezichtstelling én werd naar de omstreden jeugdinstelling Hoenderloo gestuurd, waar hij slechter uitkwam. De moeder is eraan onderdoor gegaan. Dát zal de geprivilegieerde Oey, Halsema en hun zoon gelukkig niet overkomen.

Ik moet ook denken aan de dag waarop mijn neef en ik werden opgepakt wegens graffiti. Toen de agenten vroegen of we de stiften hadden gestolen, antwoordde ik verbolgen dat ‘wij indo’s niet stelen’. Ik geloofde in de mythe dat Indische Nederlanders keurige modelminder­heden waren – zoals velen dat nog steeds geloven.

We kregen een milde straf: we moesten onze graffiti schoonmaken, maar dat werd verder niet echt gecontroleerd. Een vriend van Surinaamse afkomst kwam er slechter vanaf. Ons Indisch of Aziatisch privilege droeg waarschijnlijk bij aan de lage straf. En laat Oey vanwege zijn Chinees-Indonesische achtergrond nou óók nog beschikken over Aziatisch privilege.

reza@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden