Norbert ter Hall.Beeld Agata Nowicka

Het draaien met Aart Staartjes was een feestje

PlusNorbert ter Hall

Er hangt een ongemakkelijke stilte op de studiovloer. Iedereen kijkt me licht verbaasd aan. Ik ben bang dat mijn gulp wagenwijd openstaat.

Het is mijn eerste dag als regisseur van Sesamstraat.

Deze morgen heb ik de vrouw in Pino ontmoet. Daarna stelt iemand zich voor als ‘De handjes van Ieniemienie op maandag, dinsdag én donderdag’, iemand anders als ‘De handjes op woensdag en vrijdag’. Nu sta ik, pats-boem, oog in oog met de Stratenmaker op zee, Toon, Hein Gatje en de verteller van Bijbelse verhalen ineen: meneer Aart Staartjes zelf. Hij is na Sinterklaas misschien wel de meest iconische man uit mijn jeugd.

Ik ben uit de regiekamer naar beneden gekomen om hem een aanwijzing te geven. Aart luistert, knikt en zegt: “Prima. Dan doe ik het zo.” Wanneer ik weer boven ben, fluistert de schakeltechnicus mij toe: “Dit is de ­eerste keer in jaren dat hij een regieaanwijzing krijgt.”

Bij de lunch schuift Aart op de lege stoel naast me.

“Je bent niet bang, hè?”

“Nee,” lieg ik.

Hij glimlacht, een lach van herkenning.

Twee jaar later vraag ik Aart voor de rol van minister van Financiën in de VPRO-miniserie Mevrouw de minister. Het is zijn eerste ‘grotemensenrol’ in jaren. Joost Prinsen vraagt me hoe ik Aart zover heb gekregen om mee te doen, maar ik heb niks bijzonders gedaan. Ik vroeg, Aart zei ja.

Het draaien is een feestje. Aart heeft een gruwelijke hekel aan acteurs die te mooi proberen te spelen. “Je moet het niet mooier maken dan het is.” Ik begrijp, tussen de regels door, dat dit, wat hem betreft, ook voor de regie geldt. Niet bang zijn of in elk geval doen alsof.

Vier jaar later maken we de serie Waltz, waarin Aart de rol speelt van directeur van het gelijknamige Groot Internationaal Wereld Circus. Zowel op het scherm als daarachter is hij de pater familias van zijn filmfamilie. Bij het moddergevecht neemt hij het initiatief terwijl zijn zonen Theo Maassen, Barry Atsma en Koen Wouterse met mengeling van angst en verwondering toekijken. Niet bang zijn of in elk geval doen alsof. Aart speelt letterlijk de rol van zijn leven.

In Het Gordijnpaleis van Ollie Hartmoed is hij daarna de 100-jarige Opapa die zijn kleinzoon leert niet bang te zijn en de touwtjes in handen te nemen.

Honderd jaar is Aart zelf niet geworden. Hij ging zoals hij bij mij kwam.

Pats-boem.

Niet bang zijn.

PS: in verband met het overlijden van Aart Staartjes is de serie Waltz de komende drie maanden opnieuw te zien op NPO start.

Op deze plek wisselen de filmmakers Norbert ter Hall en Ashgan El-Hamus elkaar om de week af.

Reageren? n.terhall@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden