null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Het bureau was leeg, alles was weg, verdwenen, foetsie

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

5 decemberstress.

Nog uren te gaan. En de sinterklaassurprise is nog niet af.

Hoeveel mensen zouden zich op dit moment licht wanhopig voelen?

Altijd hetzelfde. De surprise? Ach, ik heb nog een paar weken.

En dan heb je nog maar een paar uur.

Mijn vriend Hartjes kan erover meepraten. Ik sprak hem afgelopen week, we waren in het Rijksmuseum naar de tentoonstelling Clara de neushoorn wezen kijken. Stonden in een enorme rij voor de garderobe.

“Weet je hoe moeilijk het is een neushoorn te knutselen?” vroeg hij.

Ik knikte. Ik heb me ooit aan een kip gewaagd. Een kip. Makkelijk dier. Niets aan. Op een gegeven moment in het maakproces had de kip drie poten. En de kam zat aan de buik.

“Ach, ik weet nog...,” zei Hartjes, en hij keek dromerig voor zich uit. Ik denk dat hij aan Fietje dacht, zijn overleden vrouw.

“Ik heb een keer de Borobudur voor haar gemaakt. Helaas zijn we er nooit in het echt naartoe kunnen gaan.”

“Wat zat erin?” vroeg ik, want dat soort dingen wil ik altijd weten.

“O, dat weet ik niet meer,” zei Hartjes. “Een ring of zo.”

Er passeerde een man met een schoonmaakwagentje.

Hartjes begon te lachen.

Ik keek hem vragend aan,

“Ik had eens het plan opgevat het planetarium van Eise Eisinga als surprise te maken. Een enorm gepriegel, weet ik nog. Mijn bureau lag bezaaid met allerlei onderdelen die nog wel aan elkaar geplakt en in elkaar gezet moesten worden. En de hobbylijm was op. En ik had ook nog een paar kleuren karton nodig. Maar ik was ruim op tijd, het was nog vroeg in de middag, ik had nog een paar uur.”

We schoven maar heel langzaam op in de rij. Een paar Amerikanen hielden de boel op.

“Ik was de stad in om bij Winter de laatste gekleurde vellen karton te halen, en lijm.”

Ik voelde niet echt een goede afloop.

“En toen was het opeens allemaal weg.”

“Huh?” zei ik. “Er was geen karton meer? En geen lijm? Heb ik ook eens gehad, echt niet...”

“Nee,” zei Hartjes, “het bureau was leeg. Alles was weg, verdwenen, foetsie.”

“Wat?”

“Cockie. De werkster.”

“De werkster?”

“‘O, die rotzooi?’ zei ze. ‘Die heb ik net weggegooid.’ Je leest weleens dat dat in een museum gebeurt. Dat de schoonmakers iets weggooien waarvan ze denken dat het afval is. En dan is het kunst. Maar dit was een surprise! Ongeloofelijk hè?”

Ik grinnikte.

“Meteen op straat gezet, toch, die Cockie?”

Hartjes schudde zijn hoofd.

“Het was ook een rotzooi op mijn bureau, maar wel een georganiseerde rotzooi, maar goed.”

“En toen?”

“Toen heb ik van dat gekleurde karton een soort Rubiks kubus gemaakt.”

“Die ook echt kon draaien?”

Hartjes keek me vermoeid aan.

“Daar had ik toch geen tijd meer voor? En ook niet heel veel zin, eerlijk gezegd. Het zag er ook niet echt mooi uit. Van die net niet netjes op een doos geplakte stukken gekleurd karton. En met zwarte viltstift slordig getrokken lijnen.”

We kregen onze jassen.

“En toen was ik ook nog vergeten het cadeautje erin te stoppen,” zei Hartjes.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden