Plus Johan Fretz

Het Britse volk verdient Boris Johnson

Johan Fretz Beeld Artur Krynicki

Als een zojuist gedotterde patiënt, die verlangt naar een volgende hartaanval en vanuit het ziekenhuis linea recta doorloopt naar de Burger King, om een driedubbele Whopper met kaas en spek te bestellen, zo wandelen de Britten richting een premierschap van Boris Johnson.

Dat Boris een charlatan is – een man die ambtswoningkat Larry nog de nek zou omdraaien, als hij daarmee zijn positie op Downing Street 10 kon veiligstellen – doet niets af aan zijn populariteit. Integendeel: hoe vaker Boris zich, in naakt daglicht, de botte opportunist toont die hij is, hoe groter het enthousiasme dat hij oproept. Je zou het een paradox kunnen noemen, maar dat is het allang niet meer.

Het waren nu nog alleen de Toryparlementariërs die in meerderheid voor Boris kozen, maar door de leden zal hij straks nog hartstochtelijker worden omarmd. Boris is wat zij een man van het volk noemen, wat tegenwoordig vooral betekent dat je zelf uit de bevoorrechte upper class of hogere middenklasse komt en uitsluitend sociaal-economische ideeën uitdraagt, waarmee je grote delen van de bevolking nog verder de vernieling in trapt, maar dat je daarmee wegkomt door immigranten er de schuld van te geven, je af te zetten tegen de elite waar je zelf onmiskenbaar onderdeel van uitmaakt en te laten zien dat je ook wel eens een doods getapt pilsje achteroverslaat in een smoezelige buurtkroeg.

Boris beheerst dat metier als geen ander. Dat hij zich nooit in dossiers verdiept, wordt daarbij door velen gezien als een extra pluspunt, waarmee weer eens vrolijk wordt bewezen dat onwetendheid een wapen is dat men in de hedendaagse politiek niet moet onderschatten.

Het kan verkeren. Boris Johnson was ooit een charmante en zeer verdienstelijke burgemeester van Londen. ‘There’s a guy called Mitt Romney who wants to know whether we’re ready. Are we ready?’ riep hij zijn burgers toe, aan de vooravond van de Olympische Spelen in 2012, toen de Amerikaanse presidentskandidaat zich laatdunkend had uitgelaten over de getroffen voorbereidingen. Mooie tijden.

Waar Boris’ opportunisme het heeft gewonnen van zijn authentieke tegendraadsheid, valt niet meer precies te achterhalen, maar het is geen toeval dat hij begon te zwalken in het jaar dat Donald J. Trump zijn stormachtige opkomst beleefde. Sindsdien heeft zich een nieuw merk in de politiek gemanifesteerd. Dat merk houdt in dat als je je maar onbeschoft en lomp genoeg gedraagt en voldoende je best doet om de meest infantiele oplossingen te propageren, mensen dat aanzien voor een verfrissend geluid. Grofheid wordt verward met daadkracht, domheid met branie, een gebrek aan sensitiviteit met onbevreesdheid.

Elk volk krijgt de leider die het verdient. Het Britse volk verdient Boris Johnson. Ik gun het ze van harte, ook om straks zonder deal te vertrekken uit de Europese Unie en er vervolgens achter te komen dat Boris en zijn rijke vriendjes hun eigen schaapjes prima op het droge zullen houden en ondertussen de onvermijdelijke economische neergang van hun land zullen aangrijpen om het nu al nauwelijks bestaande sociale beleid nog verder uit te hollen en de gigantische kloof in de Britse klassenmaatschappij voorgoed onoverbrugbaar te maken.

“Laat het Johnson maar worden,” zei een Noord-Ierse kiezer in Trouw. “Met hem kunnen we tenminste lachen.”

Ik vermoed dat wij hier de kern zien van de hedendaagse hang naar clowneske vernietigers in het centrum van de macht: de collectieve doodswens moet en zal worden gerealiseerd, maar wél met een lach.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in de krant.

Reageren?j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden