Opinie

‘Het blowverbod wordt nu al ‘Marokkaantje pesten’ genoemd’

Het assortiment joints in een coffeeshop in Terneuzen. Beeld Rick Nederstigt/ANP

Een blowverbod kan als bijeffect etnisch profileren hebben, stelt Tessel ten Zweege, lid van feministisch ­collectief Pisswife, in dit opiniestuk. ‘Is het overdreven te denken dat vooral mensen van kleur de dupe worden?’ 

Een jointje opsteken in het openbaar, mag dat? De wietwalm die over elk park in Nederland hangt doet vermoeden van wel, maar de praktijk is anders. De Opiumwet meldt niets over het gebruik van softdrugs, terwijl de wet het handelen en produceren ervan verbiedt. Het staat gemeenten vrij om hier zelf beslissingen over te nemen, en boetes uit te delen aan mensen die in de publieke ruimte ‘Alien Kush’ nuttigen.

Inmiddels besloten 218 van de 355 gemeenten dat blowen in publieke ruimtes ongewenst is en dus verboden moet worden. Gemeenten als Ommen, Berg en Dal en Rijssen-Holten, doorgaans niet geassocieerd met drugsoverlast, stelden het verbod al in. Zij lapten de Opiumwet aan hun laars en stellen een Algemene Plaatselijke Verordering in, ofwel: gemeentelijke regelgeving waar iedereen in de gemeente zich aan moet houden. Er ging een lange discussie aan vooraf, maar in 2014 besloot de rechtbank dat een Algemene Plaatselijke Verordering die ­blowen verbiedt legaal is.

In de Nationale Drug Monitor van het Trimbos Instituut staat te lezen dat een vijfde van de Nederlandse bevolking wel eens heeft geblowd, en dat respectievelijk 7,2 procent van Nederland in het afgelopen jaar wiet of hasj rookte. De meeste stadsbewoners zullen misschien wel dagelijks wietgebruik om zich heen zien of ruiken. Welke agent heeft de stamina om ­iedereen aan te spreken die aan het blowen is in De Baarsjes, waar het ‘blowverbod’ zijn primeur had?

Selectief

Het evenredig handhaven van het ‘blowverbod’ in stadsdelen of gemeenten is vrijwel onmogelijk, dus zal handhaving selectief moeten plaatsvinden. Hier wordt het blowverbod problematisch. Vorig jaar kwamen er 43 officiële klachten binnen bij de politie van mensen die zich etnisch geprofileerd voelden. Het aantal mensen dat etnisch profileren niet meldt is uiteraard onbekend, maar volgens organisatie Controle Alt Delete worden mensen met een niet-westerse migratieachtergrond 3 tot 7 keer vaker staande gehouden dan autochtone ­Nederlanders.

De organisatie voert al jaren campagne tegen etnisch profileren en pleit onder andere voor het stoppen met proactieve verkeerscontroles totdat discriminatie aantoonbaar minder meespeelt bij de ‘willekeurige’ check-ups.

Valkuilen

In december zond de NPO de documentaire Verdacht uit, waarin veertien Nederlanders van kleur vertellen hoe de politie hen onjuist heeft behandeld. In NRC reageerde Max Daniel, hoofd operaties bij de politie, eenheid Noord-Nederland, op de documentaire: “Politie­mensen kunnen profileren tijdens hun werk, ook op uiterlijk. Dat maakt hen nog geen racisten.” Als etnische profilering zelfs door het politiekorps wordt erkend – én goedgepraat – lijkt me dit een grotere prioriteit dan een beetje wietlucht hier en daar.

Bovendien stelt Janneke Nijmeijer van Fairtrade Cocaine dat er een beeld is ontstaan waarin etnische minderheden de drugshandel domineren. “Media, ook kwaliteitskranten, werpen de populaire term ‘mocromaffia’ op, waarbij drugscriminaliteit in één term wordt verbonden aan de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap.”

Is het overdreven te vrezen dat het blowverbod resulteert in meer boetes voor mensen van kleur? Of dat blowende mensen van kleur nog vaker slachtoffer worden van routinecontroles en fouilleren?

Er zijn dus valkuilen. Weegt de noodzaak ertegenop? Is er überhaupt een noodzaak? De gemeenten die een blowverbod instelden spreken van overlastbeperking. In een gesprek met de NOS zegt hoogleraar algemene rechtswetenschap Jan Brouwer: “Of dat argument reëel is, kan worden betwist. Veroorzaakt het roken van een joint in de publieke ruimte meer overlast dan het roken van een sigaret?” Ook toont de Nationale Drugs Monitor van 2018 dat coffee­shopoverlast niet of nauwelijks voorkomt in de meeste gemeenten, en zelfs is afgenomen vergeleken met voorgaande jaren.

In de volksmond wordt het plaatselijke blowverbod nu al ‘Marokkaantje pesten’ genoemd. Handhaving lijkt onmogelijk en Nederland mag stoppen met al die vage gedoogregel­geving. Bewijs van de noodzaak van een blowverbod blijft uit. Steek geen tijd en energie meer in het blowverbod en richt het op, ik zeg maar wat, het aanpakken van etnische profilering.

Tessel ten Zweege, lid van feministisch ­collectief Pisswife.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden