Maarten Mol. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol.Beeld Sjoukje Bierma

Het beviel wel, dit wat onwerkelijke gelaat van Amsterdam

PlusMaarten Moll

Ik was even toerist in Amsterdam.

Al meer dan dertig jaar heb ik de stad om me heen, maar nooit eerder verbleef ik er in een hotel. (Waarom eigenlijk niet?)

Een vreemde gewaarwording, dat gevoel dat je een gast bent in een stad die je zo goed denkt te kennen. Dat begon met het naar buiten kijken vanuit kamer 47 van het Ambassade Hotel.

Was het echt? Alsof er voor het hotel een groot doek was opgehangen met een veel te toeristische foto van de stad. Een gracht, de karakteristieke gevels van de huizen, een paar fietsen aan de brug. Mooi licht.

“Straks gaat het ook nog sneeuwen,” zei M.

O ja, de kamer had een deurbel (ook nog nooit meegemaakt), zo’n ouderwetse dingdongbel. Daar heb ik een tijdje op staan drukken voor we naar beneden gingen.

Dat is ook iets, de eerste keer het verlaten van je hotel. De sensatie een nieuwe stad te gaan ontdekken, het vinden van eigen, favoriete plekjes.

Ik besloot de stad eens met andere ogen te bezien.

We stapten de Herengracht op en meteen werd er ­achter ons verwoed gebeld.

“Watch out!” riep de fietser, die rakelings langs ons heen scheerde.

We kregen ook nog een middelvinger. En ik hoorde hem nog zoiets schreeuwen als ‘Go home!’ maar volgens M. verbeeldde ik me dat en wilde ik alles weer veel mooier maken dan het was.

Het was in elk geval de omgekeerde wereld, want die fietser, dat was ik natuurlijk.

“Ik ben geen toerist!” wilde ik schreeuwen, maar dat deed ik niet. (Hoe vaak ik niet met opzet vlak langs ­Chinese en Japanse en Amerikaanse toeristen die midden op straat liepen ben gesjeesd, me verkneukelend om de hoge gilletjes…)

Dat ik de stad met andere ogen wilde bekijken, was meteen de kop ingedrukt. Zou het kunnen, vroeg ik me af, dat het hotel fietsers inhuurde om rakelings langs uit het hotel komende gasten te fietsen, om ze meteen iets heel erg authentieks Amsterdams te laten mee­maken?

Maar goed, het was – om allerlei begrijpelijke redenen – rustig in de stad. Op een gegeven moment begonnen we al slenterend tegelijkertijd dat lied van Ramses Shaffy te neuriën. Het beviel wel, dit wat onwerkelijke gelaat van Amsterdam.

Het mooiste was de nachtelijke stilte. Thuis hebben we nogal last van verkeersgeluiden, maar hier lagen we die nacht zeker een uur naar de stilte te luisteren. Dat je die opzoekt in een hotel in het centrum van de stad, vermomd als toerist, is tamelijk bizar (en de eendaagse staycation meer dan waard).

’s Ochtends heel vroeg fietste er een zingend meisje over de gracht, maar dat was vrolijke hinder.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden