Plus Column

Het beviel ons wel: eens niet de uitzondering in de ruimte zijn

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Omdat vriendin N. en ik ons steeds vaker ergerden aan de hipstercafés waar we afspraken (te duur, te wit, te industrieel), besloten we een nieuwe shishalounge bij ons in de buurt een kans te geven.

De eerste en de enige keer dat ik in een shishalounge was, beviel uitstekend. Enige probleem was dat het een plek bleek die criminelen frequenteerden, want een paar weken later werd er een man doodgeschoten.

Ik kwam er niet meer, in shishalounges, ook omdat deze werd dichtgetimmerd (nu zit er het zoveelste café voor hippe mensen, Hutspot). Tegelijkertijd kwam er een stroom van negatieve berichtgeving op gang. Voor Fayrouz aan de Amstelveenseweg werd nota bene een afgehakt hoofd gevonden.

Maar vriendin N. zwéért bij shishalounges. De enige plek, zoals zij zegt, waar ze volledig zichzelf kan zijn. Haar favoriet was die op de Rozengracht. Het was haar tweede thuis. Als ze niet werkte, was ze daar.

Lezen, eten, roken, slapen, chillen. Een goede vriend gebruikte die plek zelfs als kantoor; hij had er een boek geschreven. Maar de eigenaar had het café onlangs verkocht.

Goed, vriendin N. had me dus overtuigd. En ik was inmiddels ook wel nieuwsgierig geworden naar dat grijze pand op de Linnaeusstraat dat niet zo lang geleden was geopend en waar sindsdien elk weekend tientallen knappe jongens en meisjes hun scooter voor de deur stalden. Onze omafietsen parkeerden we ernaast.

We wurmden ons langs het zware rode gordijn dat voor de ingang hing en belandden in een donkere ruimte. Aan de muren theater- en concertposters. De lage banken stonden in de ­opstelling van een Amerikaanse diner, zonder tafel. Vriendin N. plofte neer op een lege bank en ging languit liggen. "Hmm, in dat andere ­café kon je beter slapen," zei ze.

Toen een getint meisje met geblondeerde krullen onze muntthee en waterpijp met appeltabak bracht, kon het ware loungen beginnen. Lurken aan een waterpijp; er is weinig meer ontspannend dan dat. Helemaal toen bleek dat ze ook mierzoete Hawaïfrisdrank en geroosterde Marokkaanse maïsnootjes serveerden - mentaal lag ik op het strand.

Na een tijdje viel me op dat niemand naar ons keek. De jongeren - jongens en meisjes van voornamelijk Marokkaanse, Surinaamse, en Molukse afkomst - waren te druk met zichzelf en met elkaar. Het beviel ons wel: eens niet de uitzondering in de ruimte zijn.

Maar ik besefte ook: wat voor ons een welkome afwisseling is, is voor de meesten van deze jongeren hun enige optie op vrijdagavond. Want of ze nou van ­appeltabak houden of niet, hier zijn ze tenminste welkom. Het Rembrandtplein moeten ze niet proberen, daar komen ze toch niet binnen.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden