Opinie

‘Het bestuur van Haga wegsturen is buitenproportioneel’

De harde confrontatie die de minister en wethouder voor ogen hebben met het Cornelius Haga Lyceum, brengen die school niet verder, zo betoogt Tom Zwart, hoogleraar cross-cultural law aan de Universiteit Utrecht, in dit opiniestuk.  

Beeld Eva Plevier

Vorige week stond de rechter de Onderwijsinspectie toe een ­kritisch rapport over het Cornelius Haga Lyceum te publiceren. Kort daarna kondigde ­minister Slob van Onderwijs een voorgenomen aanwijzing aan: de school moet de tekortkomingen wegnemen en het ­bestuur moet opstappen. Zo niet, dan verliest de school zijn bekostiging. Een jarenlange strijd van de overheid tegen de school lijkt hiermee in het voordeel van de overheid beslist.

Maar de rechter heeft niet gezegd dat de beweringen van de Onderwijsinspectie kloppen. Ze zijn toelaatbaar omdat de school nog de kans krijgt ze te weerleggen. Kortom, als scheidsrechter ­wilde de rechter niet de uitkomst van de ­wedstrijd bepalen, maar partijen het duel onderling laten uitspelen.

Door de aanwijzing meteen aan te kondigen, sneed minister Slob de weg naar een discussie tussen de school en de Inspectie af. Daarmee miskent hij zowel de aard van de rechterlijke uitspraak als zijn wettelijke plicht. Volgens de wetgever is zo’n opdracht aan het bestuur om op te stappen namelijk een paardenmiddel. Voordat de minister daartoe mag overgaan, moet hij eerst proberen het probleem met ­minder vergaande middelen op te lossen, zoals overleg met het bestuur van de school of een waarschuwing. Dat maakt deze aanwijzing ­buitenproportioneel.

Tegenspreken

Bovendien zijn de bezwaren van de minister niet zo overtuigend. Zo zou het bestuur ­hebben nagelaten personen die volgens de AIVD een ‘omstreden reputatie’ hebben, uit de school te weren. Maar daartoe is de school wettelijk niet verplicht en het is de vraag hoe je kunt bepalen of iemand zo’n ‘omstreden reputatie’ heeft. Ook vindt de minister het ­burgerschapsonderwijs onder de maat, maar daarvoor kreeg de school in het eerste rapport van de Onderwijsinspectie nog een voldoende.

Opmerkelijk is dat er twee rapporten van de Inspectie zijn, die elkaar op onderdelen volledig tegenspreken. De minister legt niet uit waarom hij zich alleen baseert op het minder gunstige rapport. Dat maakt zijn voorgenomen aanwijzing kwetsbaar.

Bovendien rijzen er serieuze vragen over de reikwijdte van dat tweede onderzoek. Dat werd ingesteld om te bepalen of er op de school antidemocratisch en anti-integratief onderwijs wordt gegeven, zoals de AIVD beweerde. Dat blijkt niet het geval en dus is de school van alle blaam gezuiverd. Maar de Onderwijsinspectie nam ook het functioneren van de school op ­andere terreinen opnieuw onder de loep. Juist op die andere terreinen gebruikt de Onderwijsinspectie grote woorden die leiden tot de conclusie dat er sprake was van ‘wanbeheer’.

Onlangs vroegen journalisten op grond van de WOB bij de gemeente Amsterdam stukken op die gaan over de school. Daartussen bevindt zich een memo dat de indruk wekt dat het bij de tweede inspectie ging om een ‘fishing expedition’ om belastend materiaal over de school te vinden. In het memo worden namelijk strategieën uitgewerkt om het bestuur van de school weg te krijgen.

Misbruik van bevoegdheid

Eén van die strategieën is om de beweringen van de AIVD aan te grijpen om een nieuwe ­inspectie uit te voeren. Die inspectie leidt dan tot de conclusie dat er sprake is van ‘wanbeheer’, op grond waarvan het bestuur kan worden weggestuurd. Uit het memo blijkt dat deze strategische optie is besproken met de departementen van OCW en J&V. Het is belangrijk dat de minister de schijn wegneemt dat hier sprake was van misbruik van bevoegdheid.

In de waar gebeurde serie When they see us zijn politiemensen zo gebrand op een veroordeling van de verdachten, dat zij daardoor de feiten verdringen en de regels overtreden. Ook de wens om het bestuur van de school weg te sturen, komt uit een dergelijke kokervisie voort. Daardoor wordt het vertrouwen in de rechtsstaat op de proef gesteld en de relatie met de moslimgemeenschap op scherp gezet. Confrontatie zal de school niet op een hoger plan brengen, maar samenwerking, bijvoorbeeld in de vorm van deskundige ondersteuning, wel. 

Tom Zwart, hoogleraar cross-cultural law, Universiteit Utrecht. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden