Artikel WitBeeld Agata Nowicka

Het besef komt hard binnen: ik hoor bij niemand

PlusNatascha van Weezel

No, you can only enter with one person!” roept de vrouw die de winkelmandjes bij de ingang van de supermarkt uitdeelt streng. Ik kijk haar niet-begrijpend aan. Ten eerste: waarom spreekt ze me aan in het Engels? En ten tweede: ik ben toch alleen? Opeens klinkt de stem van een man in mijn oor: “Ik hoor niet bij haar hoor.”

Ik had niet eens gezien dat er iemand achter me liep en dat hij kennelijk geen anderhalve meter afstand hield. De supermarktmedewerkster wendt zich tot hem zonder mij aan te kijken: “Maar jullie lopen toch samen?” Ik kijk over mijn schouder en zie een geïrriteerd gezicht. “Neu,” blaft de man. En voordat ik er erg in heb begin ik te huilen, midden in de fucking Jumbo. Ik schaam me kapot. De supermarktmedewerkster desinfecteert het gele mandje nog een keer met alcohol en duwt het ongemakkelijk in mijn hand.

Ergens tussen de uien en de bollen knoflook droog ik mijn tranen. “Ik hoor niet bij haar,” galmt het na in mijn hoofd. Ik kijk naar mijn sportlegging en afgetrapte gympen. Nee, dat weet ik ook wel. En ik wil ook helemaal niet bij een wildvreemde hipster horen met een man bun en een perfect getrimd baardje – zelfs in deze tijden minutieus bijgehouden. Maar het besef komt hard binnen: ik hoor bij niemand.

Nu klink ik waarschijnlijk als de zoveelste navel­starende millennial. Mensen sterven aan een vreselijke ziekte en ik zeik over een gevoel van eenzaamheid. Wat dat betreft durf ik het nauwelijks te denken, laat staat uit te spreken. En toch is het waar. Sinds ik 23 uur per dag thuiszit, krijg ik steeds vaker het gevoel dat de muren op me afkomen. Ik woon in een studio van dertig vierkante meter op tweehoog-achter, zonder balkon. Afgezien van de mensen in de supermarkt en de gezichten die sporadisch via Zoom langskomen, zie ik geen kip.

Van vrienden hoor ik over kinderen die het huis op stelten zetten, of partners die zich onuitstaanbaar gedragen. Dat lijkt me zeker geen ideale situatie. Toch ben ik soms een beetje jaloers op die huiselijke strub­belingen. Want aan het eind van de dag kruipen zij bij iemand in bed, of geven ze hun kind een kus.

Ik had nooit kunnen vermoeden hoe belangrijk aan­rakingen zijn. Juist omdat het altijd zo vanzelfsprekend was. Dat bedoel ik overigens niet per se in de seksuele zin van het woord. Wat ik vooral mis zijn de knuffels van vriendinnen, de zoenen op mijn wang van mijn moeder of iemand die even mijn hand vasthoudt. 

Natascha van Weezel (33) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden