Max Pam en Paul Brill Beeld Artur Krynicki

Het beledigen van een bevriend staatshoofd heeft in Nederland een lange traditie

Plus Max Pam en Paul Bril

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: beledigen van staatshoofden.

Andere normen

De Amerikaanse president Donald Trump is niet ingegaan op de uitnodiging van Willem-Alexander om na Groot-Brittannië ook een bezoek te brengen aan ons land. Onze koning wilde graag dat Trump aanwezig zou zijn bij de herdenking van de Slag om de Schelde, maar VS-ambassadeur Pete Hoekstra liet meteen weten dat Trump niet zou komen. Een van redenen zal geweest zijn dat in 1944 niet Amerikaanse maar Canadese troepen neerstreken op de Zeeuwse kust.

De uitnodiging was ongetwijfeld een poging van Stef Blok, onze minister van Buitenlandse Zaken, om de Amerikanen van onze trouw te verzekeren, maar intussen liet hij door de afwijzing Willem-Alexander wel een pleefiguur slaan. Dat was na het wc-werpen en het pilsje met Poetin alweer diens derde.

Wie wij wel kregen, was Ivanka Trump, de dochter. Zij zag er prachtig uit, met een gebit witter dan de witste ijsschots. Op een ondernemerscongres ontmoette zij Sigrid Kaag, onze minister van Buitenlandse Handel. Daarna werd zij op Huis ten Bosch ontvangen door Willem-Alexander en Máxima. Onze koningin werd door Ivanka overladen met complimentjes. Probeer je even voor te stellen waar deze twee vrouwen twintig jaar geleden stonden en overdenk dan hoe grillig en onvoorspelbaar het lot is dat zij nu in Den Haag met alle egards worden bejegend door Hollandse knipmessen.

Kort voor zijn aankomst in Engeland werd Donald Trump door de Londense burgemeester Sadiq Kahn beledigd. Die noemde hem ‘een elfjarig kind’, nadat hij Trump eerder had omschreven als een racist. Dat was niet slim. Je moet een tegenstander nooit aanvallen op zijn sterkste punt. Trump stapte nog niet zijn vliegtuig uit of hij had Kahn in een tweet al omschreven als een ‘stone-cold loser’, een belediging die in de wereldpers alle beledigingen van Kahn wegblies. Ik vroeg me af wat er gebeurd zou zijn als Femke Halsema vanuit het Amsterdamse stadhuis zou hebben laten weten dat zij Ivanka een elfjarige had gevonden en haar vader een fascistische drol. Gelukkig is dat niet gebeurd. In het diplomatieke verkeer gelden nu eenmaal andere normen en worden andere rituelen nageleefd. Maar ook als journalist heb ik weinig op met het gebruik van krachttermen voor ongewenste staatshoofden. Het wordt al gauw: ‘Bert Wagendorp waarschuwt Trump voor de laatste keer.’

Het beledigen van een bevriend staatshoofd heeft in Nederland een lange traditie. Nog in 1939 moest dominee B. terecht staan, omdat hij Hitler ‘een boef’ had genoemd. Daarna zijn nog vele vreemde staatshoofden in ons land beledigd, van Lyndon B. Johnson tot Erdogan. Het betreffende wetsartikel is inmiddels afgeschaft, zodat wij nu staatshoofden gratis voor het hoofd mogen stoten. Alleen het beledigen van onze eigen koning kost nog een paar tientjes.

Max Pam

Soevereine ironie

Het Witte Huis is niet alleen het beleidscentrum van de Amerikaanse regering. Het is ook en vooral de locatie van wat Theodore Roosevelt begin vorige eeuw de bully pulpit noemde, de nationale kansel vanwaar de president het volk opwekt om zich voor bepaalde idealen in te zetten of juist niet toe te geven aan foute verleidingen. Anno 2019 doet de term denken aan een donderpreek, maar in Roosevelts tijd had het woord bully eerder een positieve lading.

Op dit vlak ligt volgens sommigen ook het grootste gevaar van het optreden van Donald Trump. Natuurlijk valt er op zijn beleid het nodige af te dingen, maar dat is niet in beton gegoten, en op een aantal punten worden er ook wel bakens verzet die daar zeer aan toe waren. Veel zorgwekkender is het grossieren in leugens, beledigingen en verdachtmakingen. Daarmee effent hij de weg naar een verruwing die nog lang na zijn ambtsperiode de politieke mores zal bepalen, zo is de vrees.

Eerlijk gezegd heb ik dat tot nu toe wat al te alarmistisch gevonden. Er wordt nogal eens vergeten hoe hard het politieke spel bij tijd en wijlen in het verleden is gespeeld. Zeker in de Verenigde Staten, maar ook in andere democratische landen. Het heeft de politiek niet gedegradeerd tot een liefhebberij van kickboksers.

Bij Trumps bezoek aan Groot-Brittannië kon je wel zien dat sommige opponenten de verleiding niet kunnen weerstaan om naar zijn niveau af te dalen en een even grote mond op te zetten. Wat alleen al is af te raden, omdat The Donald op dit vlak nauwelijks valt te verslaan.

Met name de Londense burgemeester Sadiq Khan sloeg op voorhand de verkeerde toon aan. Hij betitelde de president als een fascistenvriend, zag in hem een 11-jarig kind en noemde het on-Brits om hem een grootse ontvangst te bereiden.

Mag allemaal gezegd worden. Maar niet door de burgemeester van Londen. Trump is nu eenmaal de democratisch gekozen regeringsleider van een belangrijke bevriende mogendheid en de officiële gast van de Britse regering. Dan zoek je de ruzie niet op en breng je hoogstens soevereine ironie in stelling. In dat laatste lijkt Khan niet erg bedreven.

Ook oppositieleider Jeremy Corbyn vloog weer eens uit de bocht door ostentatief het staatsbanket te boycotten, waarna bekend werd dat hij – vergeefs – had gevraagd om een privé-onderhoud met Trump. Daarmee toonde de man die in de brexitkwestie geen kleur wilde bekennen, wederom een Janusgezicht. En maakte het voor de kampioen van de onbehouwenheid wel erg makkelijk om hem af te serveren.

Paul Brill

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden