Marjolijn de Cocq Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de CocqBeeld Artur Krynicki

Het begint allemaal met een peer

PlusMarjolijn de Cocq

Zie ik een peer, dan glimlach ik onbewust. Ik merkte het vorige week toen ik een dag op de redactie mocht werken. Op de balie bij de receptie stond een mandje fruit, ter bevordering van de gezondheid en de werkvreugde zo vermoed ik; ik koos een peer en de zon kwam door. Terwijl ik dit schrijf – thuis in de slaapkamer, in een nieuwe, soort zelfverkozen lockdown omdat onze benedenverdieping is overgenomen door een schildersbedrijf en we boven ‘kamperen’ (met een koelbox in de badkamer voor de proviand, dus eigenlijk kunnen die aanhalingstekens wel weg) – ligt een dikke Doyenne du Comice op mijn bureau ter bevordering van het gemoed.

Komt door Joost Oomen, door de Volkskrant aangemerkt als het literair talent van 2021; ik interviewde hem eind vorig jaar bij het verschijnen van zijn debuutroman Het perenlied en dat was een van de meest ontregelende en grappige boekengesprekken die ik ooit heb gevoerd. Over bieten en een Bietenkoningin, over hoe een bij de aanslag op de Twin Towers omgekomen geliefde een wederopstanding door kan maken als pop van aan elkaar geregen vruchten met kiwi’s als kaken, appels als wangen en als pik een omhoogstaande banaan. En dat alles dus eigenlijk goed afloopt in de wereld van een schrijver en performer met een overvloed aan fantasie en een fascinatie voor fruit en vrolijk.

Het begint allemaal met een peer in Het perenlied. Een peer die ‘op een warme vrijdagmiddag (of maandagmiddag, of zaterdagochtend, de week was nog niet uitgevonden)’ van een boom valt in het midden van een hoop koeienstront. De zeventienjarige zoon van een chief van een prehistorische kudde mensen die dat ziet kan daarna niet meer ophouden met lachen en luisteren naar de lokroepen van alle mooie dingen om hem heen. Want alles ís mooi, bij Oomen, van kapotte paraplu tot Prittstift en vuilniszak. Als je het maar wil zien.

Maar onze vervoering is ingedamd, schrijft hij, net zo lang tot iedereen in de trechter van hard werken rondtolde en daar pas uitfloepte op het afgesproken joepiemoment.

De zoon van de chief hoort de peer. ‘Want de peer zingt voor de zoon van de chief. Want de peer zingt het Perenlied. Alle dingen zingen het Perenlied, altijd en onophoudelijk. Sommige dingen, zoals vruchten en schuimspanen en kommen bietensoep, zingen het Perenlied luider (maar niet meer) dan andere dingen. Sommige mensen, zoals de zoon van de chief, horen het luider dan andere mensen, maar alle mensen kunnen het horen.’

Je zou er, in deze verbeten tijden, bijna doof voor zijn, voor dat Perenlied. Maar zie ik een peer, dan herinnert die me eraan te luisteren.

En dan lach ik.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden