Jessica Kuitenbrouwer.Beeld Artur Krynicki

Het begin van de pandemie betekende het einde van mijn onderwerp

PlusJessica Kuitenbrouwer

Ik was twintig en het plafond van de flat was diep okergeel van de nicotineaanslag, het sanitair al decennia niet schoongemaakt. De huur was hoog en de locatie een tikkeltje ruig, maar het had fantastisch uitzicht. Dus tekende ik het contract, sealde de nicotineaanslag in de muren met speciale verf en goot een fles bleek leeg in de badkamer.

Het leven in de binnenstad was wennen in het begin. ’s Nachts ruzieden drugs­dealers met klanten onder mijn raam en als mijn vriendinnen tot laat waren gebleven, liep ik toch altijd even mee naar hun fiets. Ik nam een bijbaantje in de Warmoesstraat en ik leerde welke dames op de Wallen achter de ramen zaten en welke hun eigen toko’s runden, welke junkies van je stalen en welke gewoon ver­legen zaten om een praatje. Ik leerde dat je dronkaards beter over kunt laten aan de politie en dat je toeristen die wit wegtrekken na het blowen kunt helpen met een lepeltje honing.

De Wallen werden mijn thuis. Dag en nacht hing ik me in mijn vensterbank te verwonderen over wat zich allemaal pal onder mijn neus voltrok. Ik zag het met de zomer drukker worden, de Nutellawinkels als paddenstoelen uit de grond schieten en mijn buurtgenoten steeds recalcitranter worden. En ik schreef het allemaal op.

Op 30 maart 2020 zou mijn eerste dagelijkse column over de opwinding in de binnenstad van Amsterdam in Het Parool verschijnen, maar het begin van de pandemie betekende (voorlopig) het einde van mijn onderwerp. Er zijn geen frêle Françaises meer die over mijn bagage­drager heen braken, geen kakelende tourguides, geen Chinese toeristen die hun kinderen in het steegje naast de flat laten poepen, geen straalbezopen Britten in domme kostuums, geen roddelende dagjesmensen in de cafés, geen prostituees die met super­soakers klaarzitten om ongewenste fotografen te grazen te nemen.

En toch blijft de binnenstad mateloos interessant. In de echo van de drukte ontstaat de ruimte om wat langer bij de zaken stil te staan. Amsterdam zal de komende maanden op zoek moeten naar zijn ‘nieuwe normaal’ en ook in de binnenstad betekent dat het heruitvinden van ons dagelijks leven. Om mij heen zie ik de ondernemers kreunen en zich voorbereiden op de volgende grote tegenslag, maar ik zie ook mijn buurtgenoten vrolijk tot rust komen.

Nu de coronamaatregelen versoepeld worden, zal blijken hoe we opnieuw vorm geven aan de binnenstad. Deze zomer zal flink verschillen van vorige zomers, maar één constante blijft: ik schrijf het allemaal op.

Jessica Kuitenbrouwer (1993) is schrijver, ­columnist en audioproducer. Ze schrijft deze zomer over haar leven in de binnenstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden