Opinie

‘Het Amsterdamse stadsbestuur zou wijkcentra moeten koesteren’

Amsterdamse wijkcentra staan onder hevige druk van het participatiebeleid van het college. Rogier Havelaar (CDA) vraagt zich af waarom wijkcentra zich telkens weer moeten bewijzen. ‘Buurten leefbaarder maken is niet altijd sexy.’

In buurtcentrum De Driehoek in Noord gaat zelfgemaakte soep van buurtbewoner Carmelita (links) rond.  Beeld Dingena Mol
In buurtcentrum De Driehoek in Noord gaat zelfgemaakte soep van buurtbewoner Carmelita (links) rond.Beeld Dingena Mol

In de Gerard Doustraat hangt een ­spandoek met in koeienletters ‘Wijkcentrum De Pijp moet open blijven.’ Het spandoek hangt aan het gebouw waar vroeger het wijkcentrum was gehuisvest, voordat het plaats moest maken voor een zogenoemde cocreatieplek.

GroenLinkswethouder Rutger Groot Wassink wil de democratie en participatie in Amsterdam vernieuwen. In Wijkcentrum De Pijp dreigt daardoor per 1 januari het licht uit te moeten. Decennia oude en goed functionerende wijkcentra moeten plaatsmaken voor cocreatieplekken. Opbouwwerkers worden in­geruild voor ‘placemakers’.

Vrijwiligers

Achter de schermen wordt over participatiemoeheid gesproken. Wijkcentrum De Pijp – maar ook organisaties in andere buurten – dragen met een heleboel vrijwilligers bij aan een betere stad. Toch moeten zij telkens vechten voor erkenning, waardering en financiële middelen van de gemeente.

Een blik op het subsidieregister van de gemeente Amsterdam leert bijvoorbeeld dat de subsidie voor Wijkcentrum De Pijp, Wijk­centrum d’Oude Stadt, Buurtcentrum De Driehoek en Wijkcentrum Jordaan en Gouden Reaal tussen 2016 en 2020 met 62,2 procent daalde.

In dezelfde tijd stegen de cao-loon­kosten met ruim 6,5 procent en werden de huren van de ruimten, vaak door de gemeente, verhoogd. Geen wonder dat wijkcentra aangeven een onevenredig deel van hun tijd kwijt te zijn met fondswerving. Sommige organisaties, zoals bijvoorbeeld Hart van de K-buurt of Wijkcentrum d’Oude Stadt, draaien inmiddels helemaal op vrijwilligers omdat er geen geld is voor betaalde krachten.

Groot netwerk

Intussen gaan tonnen naar onlinewedstrijden waar Amsterdammers een idee kunnen pitchen. Onderzoeker Michiel Stapper stelde recent in Het Parool dat dit vaak niet werkt en de buurt geen echte invloed geeft. In wedstrijden zoals Centrum Begroot en Zuid Begroot worden buurtbudgetten verdeeld. Helaas winnen maar enkele voorstellen en blijven andere initiatiefnemers vaak teleurgesteld achter. Vooral de mondige, digitaal vaardige Amsterdammer met een groot netwerk en dus veel stemmers heeft baat bij het beleid.

Wie minder mondig, digitaal en ‘be-netwerkt’ is, blijft met lege handen achter. En juist deze laatste groep wordt vaak bediend door die goeie, ouwe wijkcentra.

Moge de sterkste winnen

Voor deze mensen bieden deze buurtorganisaties dagbesteding en voorkomen ze isolatie. In plaats van dat deze mensen zich als cliënten op bezoek bij hulpverleners voelen, kunnen ze via het wijkcentrum actief bijdragen aan de buurt. Zo ontsnappen deze mensen even aan de dagelijkse sores. Ze drinken kopjes koffie met actieve buren en zorgen er zelf voor dat ze niet geïsoleerd raken. Buurtorganisaties draaien dus om wederkerigheid.

De verhipping van het participatiebeleid brengt mensen niet samen, maar zet burgers tegenover elkaar. Ideeën moeten met elkaar concurreren. Iets wat we eerder zouden verwachten bij een stadsbestuur dat ‘moge de sterkste winnen’ als uitgangspunt hanteert.

Buurten leefbaarder maken is helaas niet altijd sexy. Het kost jaren aan investeringen door talloze gemotiveerde vrijwilligers, professionals en ambtenaren. Het stadsbestuur zou wijk­centra, die in de haarvaten van Amsterdam zitten, moeten koesteren. Maar wie niet hip is, wordt niet gezien door de gemeente.

Een concreet CDA-voorstel om Wijkcentrum De Pijp en Wijkcentrum d’Oude Stadt vanuit buurtbudgetten te financieren, werd onlangs afgewezen door het college: ‘Buurtbudgetten worden ingezet voor meer zeggenschap en eigenaarschap voor bewoners in buurten in Amsterdam. Het is aan de bewoners van de buurten zelf om keuzes te maken hoe zij het budget willen besteden,’ was de reactie.

Kracht van Mokum

De democratische vernieuwingsagenda dendert intussen wel voort: Er komt ‘open stad ­tooling’ en het ‘platform’ WijAmsterdam wordt beter benut. De gemeente zet in op the Amsterdam Approach en via het centrale Bureau ­Maatschappelijk Initiatief komen er bottom-up-initiatieven. Stadsdeel Zuidoost publiceerde recent een voorstel om het buurtbudget te verdelen: per gebied kan gestemd worden over drie projecten, van ‘projectencarrousel’ tot model ‘duurzame buurtorganisatie’. Hoe hip wil je het hebben?

Deze week is het aan de (coalitie)partijen om over de brug te komen. De gemeentelijke begroting voor 2021 wordt vastgesteld en dat is het laatste moment om sluiting te voorkomen. Sluiting zou een klap in het gezicht zijn van zoveel mensen die zich keihard hebben ingezet voor hun buurt. Na maanden actievoeren en verschillende oproepen aan het stadsbestuur, onder andere door de Kracht van Mokum in

Het Parool van maandag, lijkt het erop dat GroenLinks met een voorstel komt om de wijkcentra alsnog te financieren. Zij stelt daaraan wel de voorwaarde dat wijkcentra ‘zich heroriënteren op hun toekomst en doorontwikkeling van hun rol, activiteiten en financiële basis’. Gij zult vernieuwen dus.

Rogier Havelaar is duoraadslid namens het CDA.  Beeld -
Rogier Havelaar is duoraadslid namens het CDA.Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden