Femke van der LaanBeeld Artur Krynicki

Het aftellen is begonnen. We hebben nog even

PlusFemke van der Laan

We liggen op het strand. Op een rijtje. Op onze buiken. We komen net uit zee en hijgen nog na van het koude water. De jongste rilt zelfs af en toe een beetje. Ik lig met mijn gezicht zijn kant op, zijn arm ligt naast de mijne. Ik zie kippenvel. 

We zijn lang in het water gebleven, tot we allemaal paarse lippen hadden, en toen nog wat langer, nog een golf, en nog eentje, en nog een allerlaatste en die ook nog, die daar in de verte, en die, want die wordt écht hoog. 

Daarna liepen we terug, het was bijna rennen, op onze tenen, met sprongetjes over de schelpen, naar onze badlakens, waar we neerploften en waar we nu liggen en waar we voelen op welke plekken we krassen hebben op onze huid, of opengekrabde muggenbulten, de plekken waar de zee nog naprikt, de plekken waar de zomer zijn sporen heeft nagelaten.

Het aftellen is begonnen. We hebben nog even, maar in onze gesprekken nadert het einde van de zomer steeds vaker, gaat het al over ‘straks’ en ‘als ik weer naar school ga’. Er zijn drie verschillende soorten kaftpapier gekocht.

Ik kijk naar beneden. De onderbenen van de jongste steken voorbij zijn badlaken. Achter hem ligt de oudste. Ze laat toe dat de jongste steeds haar onderarm optilt en weer laat vallen. Ze houdt haar arm slap, net als haar handen en haar vingers, zodat er steeds een plofje klinkt in het zand, het plofje van een tamme arm die het allemaal wel best vindt.

Aan de andere kant grijpt de middelste een handvol zand en laat het langzaam tussen haar vingers doorlopen, op mijn rug, op de plek waar de zee net nog prikte. Als haar hand leeg is, grijpt ze opnieuw in het zand. Ik zie een heuvel voor me in de holte van mijn rug, een klein bergje van zand. Ik til mijn hoofd op en ga op mijn andere wang liggen, zodat ik de middelste kan zien. Ze kijkt naar mijn rug en naar haar vuist waar het zand uit loopt.

We blijven liggen. We drogen op. Warmen door. En dan nog blijven we liggen. Zo ziet verveling eruit, een slappe arm, een stroompje zand, en verder gewoon liggen, als de rollen kaftpapier op de eettafel.

Ik draai me om, van mijn buik naar mijn rug. De middelste begint opnieuw. Een hand vol zand, een stroompje, het begin van een heuvel in de buurt van mijn navel. Naast me ploft nog steeds de arm van de oudste tussen de badlakens.

“Zandloper,” fluistert de middelste.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden