Max Pam en Paul Brill. Beeld Artur Krynicki

Herkenbare problemen bij de renovatie van het Binnenhof

Plus Om de wereld in 800 woorden

Eén kwestie, twee visies: de Amsterdamse blik en een mondiale kijk op de actualiteit. Deze week: grandeur kent de Nederlander niet.

Pam

Grandeur is bepaald geen eigenschap waarmee de Nederlander is gezegend. Nederlandse staatslieden hebben nauwelijks de behoefte iets groots achter te laten, zoals een Centre Pompidou of een piramide in het Louvre. Zoiets wordt in ons land al snel opschepperig, aanstellerig en vooral te duur bevonden. Liever dan iets geheel nieuws te bouwen waarvan de wereld zal opkijken, beperkt de Nederlander zich tot een aanbouw of een verbouwing van het reeds bestaande. De kans op mislukking blijft dan klein en aan de kosten vallen wij ons nooit een buil, ook al ­lopen die wel eens uit de hand. Maar nooit zo erg als bij het miljarden slurpende debacle van de luchthaven in Berlijn.

Wij Amsterdammers leren liever te leven met Schiphol. In plaats het probleem van het groeiend luchtverkeer in één keer op te lossen door een hypermoderne luchthaven in de Noordzee te bouwen, modderen onze overheden door met kleine uitbreidinkjes, die telkens weer onvoldoende blijken. Met als gevolg een eeuwig durend gevecht tussen Schiphol en de omwonenden, die de overlast nauwelijks meer kunnen verdragen.

Of neem de Stopera. Oudere Amsterdammers zullen zich nog herinneren hoeveel moeite het heeft gekost om een operagebouw in Amsterdam neergezet te krijgen. Zo’n beetje elke locatie is voor een operagebouw aangewezen. In de jaren twintig van de twintigste eeuw won de grote architect J.F. Staal (van de wolkenkrabber) een prijsvraag met een ontwerp dat de opera situeerde op het Museumplein. Een volkomen logische keus, maar in Amsterdam is de logica vaak zoek. Het ging niet door, zoals plannen voor een operagebouw aan de Ferdinand Bolstraat (op de plek van de oude RAI) en op het Frederiksplein ook niet doorgingen. Ten slotte werd het de Stopera aan de Amstel. Een operagebouw in een stadhuis, twee vliegen in één klap en wel zo goedkoop.

Herkenbare problemen spelen zich thans af bij de renovatie van het Binnenhof. Daar was OMA, het architectenbureau van Rem Koolhaas, bij betrokken – dus dan kon het bijna niet anders of Nederlandse politici zouden die plannen megalomaan vinden. Zo ging het ook. Bij nader inzien moest de herinrichting van ons parlement vooral ‘functioneel en sober’ worden. Exit grootse plannen. Het afkopen van de architect kostte 2,7 miljoen, waarmee goedkoop toch even duurkoop werd. Nu mag architect Pi de Bruin, die in 1991 al eens een verbouwing aan het Binnenhof realiseerde, het opnieuw gaan proberen.

Mij doet de kwestie denken aan het monumentale kunstwerk van Kounellis – De viering van de democratie – dat destijds volgens de kenners bij het Kamergebouw moest worden opgericht. U begrijpt het al: dat kwam er niet.

Brill

Welkom bij reisbureau Assem­bly Tours. We bezoe­ken vandaag drie parlementsgebouwen. Het wordt een gevarieerde reis.

Eerste stop: Montpelier, de hoofdstad van Vermont, qua bevolkingsomvang een van de kleinste Amerikaanse staten. Daar staat het elegante State House, het meest bescheiden parlementsgebouw van de Verenigde Staten. Opgetrokken in neoklassieke stijl en gemodelleerd naar het Capitool in Washington, compleet met (mini)koepel.

Het gebouw heeft de uitstraling van een kleinschalige maar energieke democratie. De politiek is hier een serieuze aangelegenheid, met Bernie Sanders als bekendste exponent. Sinds de jaren zestig hebben de Democraten de overhand in Vermont, maar politieke zelfgenoegzaamheid wordt door de kiezers afgestraft. De huidige gouverneur is een Republikein.

Vanuit Montpelier reizen we naar het Midden-Oosten met bestemming Muscat, de hoofdstad van Oman. Laten we eerst iets vriendelijks zeggen over dit land, dat niet vaak van zich doet spreken. Dankzij het verlichte bewind van sultan Qaboes is Oman een oase van rust en stabiliteit in de Arabische wereld. Het heeft zich voorspoedig ontwikkeld zonder de megalomanie die omringende Golfstaten kenmerkt.

Maar een heuse democratie is het land niet. Een bezoek aan het parlement heeft iets onwerkelijks. Het is een groots gebouw, dat modernistische trekken combineert met elementen uit de islamitische bouwhistorie. Uitgekiende verlichting geeft het ’s avonds een feeëriek aanzien.

Voor de 84 parlementariërs – op persoonlijke titel gekozen, want politieke partijen zijn uit den boze – is dit een weelderige, technologisch geavanceerde ambiance waarvan volksvertegenwoordigers in gevestigde democratieën slechts kunnen dromen. Maar het laatste woord hebben de 83 mannen en 1 vrouw niet. Dat is voorbehouden aan de benoemde Staatsraad en de sultan.

Laatste reisdoel: Singapore. Ook hier heeft het parlement een behuizing met een voornaam aanzien. En het heeft meer in de melk te brokkelen dan zijn Omaanse evenknie. Maar het komt niet vaak bijeen. Toen uw touroperator een paar jaar geleden de stad verkende, was het maar liefst drie maanden met reces.

Hij stak ook zijn licht op bij Kishore Mahbubani, die boeken schreef waarin hij Oost-Azië uitriep tot het zenuwcentrum van de 21ste eeuw. Een invloedrijk man in Singapore, ook decaan van de universiteit, die zetelde in een kantoor vergeleken waarmee het onderkomen van de Leidse rector magnificus een zweetkamertje is.

In ons gesprek maakte Mahbubani geen geheim van zijn minachting voor de Europeanen met al hun ‘muizenissen’. Maar iemand als architect Van Loon zou hem ongetwijfeld aanspreken. En anders is er voor haar nog een wereld te winnen in Oman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden