James WorthyBeeld Agata Nowicka

Herinneringen maken een relatiemuseum van je huis

Column

Ik had haar al in de tram zien zitten. In de zomer van 2005 was ik verliefd op haar en zij probeerde het op haar beurt ook absoluut op mij te worden. We kwamen elkaar tegen op de universiteit. Zij studeerde filosofie en ik probeerde het volwassen leven zo ver mogelijk voor me uit te studeren.

Ik viel als een blok voor haar, en toen smolt ik voor haar. Al op onze tweede date, toen ze naar de toetjeskaart keek, zei ik dat ik van haar hield. Ze keek naar me en schrok, omdat ze zag dat ik het meende. "Jij ontwikkelt echt heel snel gevoelens. Jij, met je polaroidhart," zei ze.

Ze woonde in de Zeilstraat, boven de lampenwinkel. Haar boekenkast puilde uit, maar haar keukenkastjes waren leeg. Er stond steevast een pak cornflakes en dat was het. Het was precies zoals de Hoornse poëet Jacin Trill zegt: "Heb geen melk, wel cornflakes."

Ze had geen melk, wel cornflakes. In de avond aten we cornflakes uit het pak, terwijl we boeken lazen. Zij las Bukowski en ik las Brautigan. Hele families cornflakekruimels woonden tussen de bladzijdes.

Ik zag haar in de tram. Ze was niets veranderd. Spijkerjasje, afgetrapte gympen, wensputogen. Sommige vrouwen worden nooit oud, alsof ze onder pekeldekens slapen. Naast haar zat een man. Hij zag er attent uit. Lief. Ik ben dol op lieve mannen. Je wint er de oorlog misschien niet mee, maar aan de andere kant verlies je er ook nooit de vrede mee.

Ik sloot mijn ogen en ging dertien jaar terug in de tijd. Ik ging terug naar boven de lampenwinkel.

In de nacht hoorde ik haar soms slaapwandelen. Blote voeten in de gang. Dan pakte ik een zaklamp en maakte een vuurtoren van mezelf. Ik vond het zo mooi om te zien hoe zij kon slaapwandelen. Zelfs in haar slaap was er geen ruimte voor twijfel. Ze sliep misschien, maar ze wist precies waar ze heen moest. Man, als ik klaarwakker was, wist ik niet eens waar ik heen moest.

De eerste keer dat ik bij haar bleef slapen was eind juni. De eerste keer dat ik bij haar bleef slapen, duurde tot het begin van de herfst. Ik wilde niet weg. En ik wilde ook niet dat ze bij mij bleef slapen. Ik wilde mijn huis beschermen.

Als relaties uitgaan, liggen de herinneringen altijd overal door het huis. Ze hangen aan de muur, liggen onder de bank en plakken in de wasbak. Ze maken een relatiemuseum van je huis. Je betaalt ook geen huur meer, maar entreekaartjes. Kamers worden vitrines, spotjes worden schijnwerpers en als de douchedeur beslaat, wordt de afdruk van haar billen weer eventjes zichtbaar.

Ik keek naar haar en knikte. Ik bedankte haar met een knikje voor die paar maanden. Ze knikte terug.

Die paar maanden boven de lampenwinkel.

God, wat waren we er gloeiend bij.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden