Plus Column

'Helemaal gek. Daarom ik laten zien haar'

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

Tijdens een van mijn doelloze fietstochtjes door de stad beland ik na lange tijd weer eens in de Jan Evertsenstraat in De Baarsjes, een buurt waar de gentrificatie hard heeft toegeslagen.

De Turkse supermarkt Istanblue en ­gokhal Casino City zijn er nog, maar ze worden tegenwoordig ingeklemd door zaken waar de nieuwe bewoners van de buurt hun hart kunnen ophalen. Meubels om je interieur Pinterest-waardig te maken, 'must-have-cadeautjes'. Sinds kort is er zelfs een bar die tosti's ingepakt in oude edities van De Groene Amsterdammer verkoopt.

Moe van het vele fietsen, nestel ik me op een bankje voor een van die nieuwe zaken, Café ­Koala Republic. Een prima plek om de nieuwe en oude buurtbewoners te bekijken.

Een klein jongetje met een volle plastic tas van de apotheek komt voorbij. Zijn moeder, een lange, gesluierde vrouw, loopt ernaast, de rug kromgebogen, de loodzware boodschappentas trekt haar richting grond. Een stuk achter het stel twee jonge mannen in joggingbroeken. Ze zijn dun, maar lopen breed, mensen die ze kruisen moeten over het fietspad.

"Allah, allah," zegt een stevige, oudere vrouw tegen de vriendin die naast haar loopt. Daarna zegt ze nog iets. Ik versta het niet, het is in het Turks, maar ik vermoed dat het iets is als 'kijk nou toch, superlelijk', want ze wijst met haar wandelstok richting het interieur van het café waarvoor ik zit en schudt met haar hoofd.

Zonder om te kijken, weet ik wat ze bedoelt. Ik had het ook al gezien. Hoog tegen een van de wanden is een soort zitje gebouwd. Het lijkt nog het meest op twee ouderwetse scheidsrechtersstoelen zoals je die op een tennisbaan ziet, half gedraaid en met een tafeltje ertussen. Of misschien bedoelt ze wel de hangplanten die in hun potten slap en kwalachtig boven de bar bungelen.

"Wat vindt u ervan?" vraag ik aan de vrouw.

"Jij, gezien?" zegt ze. "Helemaal gek. Daarom ik laten zien haar."

De vriendin zegt ook iets, in het Turks.

"Wat vindt zij ervan?" vraag ik.

De vrouw overlegt met haar vriendin. Ze ­praten en praten. Handen worden ten hemel ­geslagen, wenkbrauwen gefronst.

"En?" vraag ik.

Ze haalt haar schouders op. "Zij ook. Helemaal gek."

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op vrijdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden