Plus Column

Heel Schiphol kan ruiken dat zijn bloed kookt

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Ik leun tegen het raam en kijk naar het vliegtuig. Vliegtuigen zijn het mooist als ze stilstaan. Als de vleugels even kunnen uitrusten. Mannen in hesjes voeren het toestel koffers.

Ooit had ik een vriend die geloofde dat hij verliefd op een vrouw kon worden via haar koffer. Ik ben twee keer met hem op reis geweest. Dan stonden we naast de bagageband en zag ik hem opbloeien.

"Ik weet niet of je hierop zit te wachten na zo'n lange vlucht, maar ik vind je koffer prachtig."

"Wat vind je er dan zo mooi aan?" vroeg de vrouw.

"Vooral het vertrouwen. Er hangen geen dingen aan waar je je koffer aan zou kunnen herkennen. En ik zie ook geen kaartje waar je adres op staat geschreven. Er heerst vertrouwen. Dat vind ik mooi. Helemaal op een vliegveld. Er heerst echt nul vertrouwen op vliegvelden. Ik moest net weer mijn riem afdoen en al mijn kleingeld in een bakje gooien."

Ik heb die vriend al jaren niet gezien, maar ik hoop dat hij zijn geluk heeft gevonden op een bagageband.

Een man komt aangerend. Hij trekt een rolkoffertje achter zich aan alsof het een hond is die nooit luistert. De man stopt bij de gate naast die van mij. De vrouw achter de balie haalt drie keer diep adem en kijkt de man aan. Ze hoeft niets te zeggen, hij begrijpt haar.

"Mag ik echt niet meer aan boord?"

"U bent te laat."

"Maar ik heb een begrafenis in Glasgow."

"Ik kan echt niets voor u doen, meneer, de deuren zijn al dicht."

"Ik sta hier. Het vliegtuig staat daar. Ik kan het toestel verdomme zien."

"Er gaat morgenochtend nog een vlucht naar Glasgow."

"Perfect. Dan graaf ik mijn dode broer wel op en begraven we hem morgen nog een keer. Ideaal. Ik wil met de directeur praten."

"Die is op vakantie."

"En de manager?"

"Die komt eraan."

Daar is ie al. De manager is een man van in de veertig, die kennelijk naar niemands wijze raad luistert en gewoon nog haargel gebruikt.

"Ik moet naar Glasgow. Mijn broer wordt over een paar uur begraven. Kunt u iets voor me doen? Ik smeek het u."

"Helaas, de deuren zijn al dicht, meneer."

"MAAR IK KAN HET VLIEGTUIG ZIEN STAAN!"

De man is zo boos dat heel Schiphol kan ruiken dat zijn bloed kookt. Ik kan zijn vliegtuig ook zien staan. Maar soms is zien niet genoeg. In mijn hoofd zie ik een man voor de deur van een bevalkamer staan. Hij kijkt door het ronde raampje in de deur naar hoe zijn ex-vrouw aan het bevallen is. Het kind is niet van hem.

"MAAR IK KAN HAAR ZIEN LIGGEN! IK BEN NIET TE LAAT!"

Ook de manager kan niets voor hem doen. De man die de begrafenis van zijn broer gaat missen, is boos op de wereld. Hij weigert de hand in eigen boezem te steken. Zijn broer gaat straks de grond in, maar de strijdbijl zal vandaag niet begraven worden. Hij slaat keihard op de balie, maar de deuren blijven dicht.

"Alsjeblieft, ik ben professor. Al mijn hele leven lang help ik de mensheid. Nu heb ik jullie hulp nodig."

Dan rolt zijn vliegtuig weg. Het gevecht is over. Zelfs professoren hebben soms moeite met klokkijken.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden