Beeld Artur Krynicki.

Heb ik nog een toekomst op televisie?

Plus De eeuw van mijn dochters

De tweeling Puk en Keesje, geboren in 2017, zijn kinderen van de 21ste eeuw. Wat houdt dat in en hoe ziet hun leven straks eruit? Vader Art Rooijakkers gaat op onderzoek uit. Vandaag: kijken mijn dochters nog televisie?

‘Ome Art, jij moet gaan vloggen, dan word je beroemd.” Dit advies, dat ik een paar jaar geleden kreeg van mijn achtjarige neefje, zei alles over hoe hij tv beschouwt. Of beter gezegd, irrelevant vindt. Ik dacht eraan terug toen ik onlangs instagrammer Bram Krikke in het hol van de leeuw, het Televizierring-gala, tv zag bestempelen als ‘Youtube met het downsyndroom’. 

Terwijl ik erom grinnikte, vroeg ik me af of mijn dochters later nog televisie zullen kijken. Zou toch leuk zijn als ze als pubers zich niet alleen schamen voor hun ouweheer, maar er stiekem een beetje trots op zijn, al was het maar vanwege mijn beroep. Een mens mag dromen, nietwaar?

Wanneer ik Jeroen van Eck spreek, verzucht hij dat hij opgelucht is dat ik tv niet dood wil verklaren. “Dat gebeurt te vaak en is te simpel,” vindt de oprichter van reclamebureau Joe Public, die zich al vaker over de toekomst van mijn medium heeft uitgelaten. “Er is een grote bevolkingsgroep van een miljoen of acht, de vijftigplusser, die elke avond voor de buis zitten. Zij gaan die gewoonte niet zo maar overboord zetten.” 

Televisie gaat volgens Van Eck dus nog wel even mee. Maar gaan mijn dochters later kijken? Van Eck vindt het lastig koffiedik kijken. “Pubers tussen dertien en negentien jaar kijken nu gemiddeld 27 minuten lineaire tv per dag. De vraag die zich aandient: gaat dat weer stijgen naarmate ze ouder worden of sterft het langzaam uit?”

Televisiewetenschapper Maarten Reesink, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, stelt meteen een wedervraag wanneer ik bij hem aanklop. “Telt het als ze op hun telefoon, tablet of laptop kijken? Want dan zeg ik: jazeker kijken je dochters nog. Maar als je het apparaat in de woonkamer bedoelt, dan weet ik het zo net nog niet.”

Dat televisie de komende jaren behoorlijk zal veranderen, daar zijn Van Eck en Reesink het over eens. Het medium zal het meer en meer van evenementen moeten hebben. Reesink: “Voetbalwedstrijden, Prinsjesdag, of events die door tv zelf georganiseerd worden, zoals The Voice, Wie is de Mol? of De luizenmoeder. De kijkcijfers van dat soort programma’s worden steeds hoger omdat je bang bent dat je iets mist als je het niet ziet. Lineaire tv wordt steeds meer een winner-takes-all-markt.”

Van Eck vult aan dat Hilversum zich met dat soort programma’s wapent voor de toekomst en dat dat maar goed is ook, omdat andere genres het lastig gaan krijgen. “Van die dertien-in-een-dozijn-opruim-programma’s die alle zenders hebben bijvoorbeeld, of films en series. Dat wordt de dag erna niet aan de lunchtafel besproken. Op maandag hebben wij het hier over Zondag met Lubach. Dat moet je dus gezien hebben, ook omdat er elementen in zitten die het actueel maken.”

Conclusie: televisie heeft toekomst, ook wanneer mijn dochters gaan puberen. En dus is de logische vervolgvraag die ene die ik eigenlijk niet durf te stellen: of ik dat ook heb. Reesink zegt vriendelijk alle vertrouwen te hebben, maar voegt er lachend aan toe: “Vanuit de wetenschap bezien was het een minder verstandige keuze om te stoppen als presentator van Wie is de Mol?

Voor deze rubriek werkt Art Rooijakkers ­samen met studenten (Condor) van de Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden