Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren
Roos SchlikkerBeeld Oof Verschuren

'Heb dat bad wel een luchthapper?'

Column

Roos Schlikker

Toen de aannemer tijdens onze vakantie appte dat ie op schema was, had ik onraad moeten ruiken. Want er stond niet bij wiens schema.

Met verknoopt haar en een gezamenlijke mondgeur waarmee je een roedel ratten in één ademteug kon verdelgen, denderden we na achttien uur vliegen ons huis binnen.

"Lekker hè, dat we de nieuwe badkamer hebben laten plaatsen terwijl we weg waren," grijnsde ik zelfgenoegzaam tegen mijn man, die zó'n moeite heeft met veranderingen dat ie tijdens verbouwingen doorgaans met zijn handen om zijn knieën tegenover een witte muur zit te schommelen, smekende gebeden prevelend dat dit gauw over mag zijn.

Daar stonden we, het hele riekende gezin. Drie, twee, één. Tadaaa! Ik opende de badkamerdeur. En zag slechts afgebikte muren en een betonnen vloer.

Die net was gestort. Zo bleek toen onze vier katten een aanloop namen en mijn echtgenoot er panikerend met een bezem in zijn handen op sprong om de takkebeesten weg te jagen, waarna de drek zich razendsnel om zijn voetzolen zoog. Ik heb hem sindsdien amper gezien.

Die maandag trok een roedel kerels door onze slaapkamer om daar allerhande gereedschap rond te strooien. Onze conversatie verliep moeizaam. De ene totaal niet te beantwoorden kwestie na de andere werd me voorgelegd. "As ik dit uithaak, mot ik eerst dat vloertje hebben en dan ken ik t wandwerk make, toch?"

"Wat een raar bad. Ik heb nog nooit zo'n bad gezien. Hoezo noem jij dat een gewoon bad?"

"Wat voor voege mot je? As je zilvergrijs op zwart inwast, lijkt 't wit. Maar je hebt natuurlijk ook Manhattan."

"Zeg, moet je daarboven nog een smetstrookhebben?"

"Heb dat bad wel een luchthapper? Dat weet je toch wel? Anders gaat ie stikken. Lijkt me duidelijk."

"Eeeeh... nog een dingetje. Ik heb een hond. Hij heet Guus. Toen jullie op vakantie waren, heb ie zo leuk met de poezen gespeeld. Hij zit nu in de auto. Zou ie even­tueel..."

Op die laatste vraag had ik wel een reactie. Hij kwam van de tegelzetter die het kortst van stof was. Telkens als ik hoopvol vroeg of het een beetje opschoot, hoorde ik slechts gemompel dat net zo goed uit mijn braakliggende doucheput had kunnen komen.

Maar via Guus, een bruingevlekt bigvormig schepsel, kon ik communiceren. "Is het baasje lekker aan het werk?" "Nou Guus, 't is een klotewandje, maar 't gaat lukke vanmiddag hè. Ellendeling. Mot je een stukkie brood?"

De mannen voelden zich steeds meer thuis. Geregeld trof ik Guus wijdbeens midden op mijn bed. "Hé Guus, alles goed?" "Ja toch, Guus, al heb je gisteren thuis drie haringen uit de koelkast gejat. Je maakte zo met je neus de koelkast open. Klerelijer."

En toen, op een middag, opende ik de badkamerdeur. Het rook er naar roosjes. Ik sloeg mijn armen om mijn murmelende echtgenoot en sleepte hem naar de nieuwe tegelwanden. "Ze zijn weg." Goddank, lachten we. Maar stiekem miste ik een met stof bedekte biggensnuit. Ellendeling.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden