Beeld Artur Krynicki

Harris’ verkiezing afdoen als identiteitspolitiek is vooral lui, modieus gelul

PlusJohan Fretz

Eén beeld ging dit weekend viral. Kamala Harris, blik strak vooruit, loopt vastberaden langs een muur, maar de schaduw op die muur is niet van haar. We zien het silhouet van een klein zwart meisje, de iconische Ruby Bridges, die in de jaren zestig als eerste zwarte leerling werd toegelaten op een witte school. Een beetje kitsch, dat beeld, maar het raakte me toch. Want het wás ook een bijzonder moment, om Harris, dochter van migranten, daar zaterdag te zien staan, als eerste vrouwelijke – en eerste vrouw van kleur – Vice President elect, in suffragette white, als ode aan de vroegere strijders voor het vrouwenkiesrecht.

Natuurlijk werd de emotionele viering van Harris’ historische verkiezing ook getrakteerd op verwijten van identiteitspolitiek. Dat verwijt richt zich vaak op gemarginaliseerde groepen die zich juist verzetten tegen het identiteitsdenken dat hen buitensluit. Zij groeperen zich niet om zich af te zonderen op basis van kleur en gender, maar om de ongelijkwaardigheid die hen als groep treft collectief te agenderen. Een nogal wezenlijk verschil, dat sommigen kennelijk ontgaat.

In het geval van Harris gaat het niet eens om het aankaarten van iets, het gaat om het openlijk vieren van een moment waarop de horde is genomen en het gebrek aan representatie na eeuwen wachten eindelijk even wordt doorbroken. Maar ook dat krenkt de tere gevoelens van de identiteitspolitiekroepers. ‘Ja hoor,’ zeggen ze. ‘Het gaat echt alleen om gender en kleur.’

Het is de hooghartigheid van mensen voor wie het zó vanzelfsprekend is om zelf de norm te zijn, dat ze zich niet kunnen voorstellen wat het voor zoveel anderen betekent om zichzelf voor het eerst terug te zien op een bepaalde, symbolische positie. Nee, in hun heilige geloof in kleurenblindheid is het louter toeval dat alle voorgaande 48 (!) vicepresidenten van Amerika witte mannen waren. Ze voelen niet de minste behoefte om zich te verplaatsen in anderen, zoals comedian Howard Komproe. Hij postte dit weekend een foto van een jong zwart meisje dat vol bewondering naar Kamala Harris keek. Voor hem betekende dat als vader van twee (zwarte) dochters veel.

Het identiteitspolitiekverwijt is bovendien ronduit beledigend, omdat het voorbij gaat aan het feit dat het voor de vierders van Harris’ prestatie helemaal niet alleen gaat om haar gender en kleur. Zij is een uitzonderlijk getalenteerde politica en effectieve senator. Zonder die kwaliteiten was ze nooit op deze positie terechtgekomen.

Maar dat ze van ver heeft moeten komen, dat haar verhaal dat van vele anderen weerspiegelt, voor wie het vanaf nu wat makkelijker zal zijn zich voor te stellen dat zij of hun kinderen ooit ook op zo’n plek terecht zullen komen, mag worden gevierd. Dat afdoen als identiteitspolitiek is vooral lui, modieus gelul, dat geen enkel ander doel dient dan het ondermijnen van de waarde van een historisch moment.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij schrijft op woensdag en zaterdag een column voor Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden