Femke van der Laan Beeld Agata Nowicka

Handschoenen aan een touwtje

Plus Femke van der Laan

Het is een koude ochtend. Kouder dan gisteren. Een ochtend voor handschoenen, maar dat wist ik niet.

Bijna niemand wist het. Ik fietste in de ochtendcolonne tussen mensen met maar een hand aan het stuur. De andere handen zaten in jaszakken. Bij de verkeerslichten werden de sturen losgelaten. Daar werd in handen geblazen. Zo deed ik het ook. Stoppen. Stuur loslaten. Blazen. Morgen zal bijna iedereen handschoenen dragen. Van schrik.

Nu zoek ik die van mij. Ik heb de opbergdoos met sjaals en mutsen en wanten van de kast gehaald. De oogst is schamel. Er zitten vijf handschoenen in. Vier voor een linkerhand en eentje voor rechts. Ze zijn alle vijf verschillend. Als ik de hele winter met een hand aan het stuur blijf fietsen, maakt dat niet uit. Dan heb ik er maar eentje nodig. Even zie ik mezelf gaan. Een hand in mijn jaszak waar mijn vingers om een beetje warm te blijven, pianospelen op mijn huissleutels.

Ik kijk naar de rechterhandschoen. Naar het stiksel. De vorm. De kleur. Ik zoek er de best passende linkerhandschoen bij en trek ze aan. De rechter is zachter dan de linker. Soepeler. Het voelt raar, twee verschillende handschoenen.

Ik pas ze allemaal.

Het blijft raar.

Ik denk aan mijn kinderhandschoenen. Hoe ze vastzaten aan een touwtje die met een knoop was vastgemaakt aan het lusje van mijn jas. Zo kon je ze niet verliezen. Ik stel me voor hoe het eruit zou zien als ik dat nu ook zou doen. Als iedereen dat zou doen. Als alle mensen hun handschoenen zouden vastmaken met touwtjes. Bungelende handschoenen onder de mouwen van alle jassen aan de kapstok. Allemaal altijd warme handen.

Dan herinner ik me de laatste keer dat ik handschoenen aan touwtjes droeg. Als kind. Het was al lente. Of in elk geval warm genoeg om zonder handschoenen buiten te zijn. Ze bungelden onder aan mijn mouwen. Ze bungelden onder aan mijn mouwen en ik ging van de glijbaan. De handschoen bleef boven aan de glijbaan haken achter een stang. Ik gleed naar beneden. Tot halverwege. Toen zat ik vast. Het touwtje stond strak. De knoop waarmee hij aan het lusje van mijn jas vastzat was stevig.

Ik was alleen.

Ik bedacht niet dat ik mijn jas uit kon trekken. Dat ik mezelf zo zou kunnen bevrijden. Ik bedacht niet dat ik om hulp kon roepen. Ik bedacht helemaal niets. Ik zou de rest van mijn leven halverwege de glijbaan blijven hangen aan een touwtje.

Sindsdien verlies ik handschoenen.

Ik pak de eerste linkerhandschoen die ik aantrok. En de rechter. De rest van de handschoenen stop ik terug in de doos.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden