null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Handen af van onze kerstverlichting!

PlusPatrick Meershoek

Bij de schepping van de aarde bleef de kerst­verlichting achterwege. Je kunt natuurlijk ook niet alles maken in zeven dagen tijd, maar hier was waarschijnlijk toch sprake van een wel­overwogen besluit. Het vuur, de seksualiteit en de sabeltandtijger vertrouwde de maker van al dat moois de mens nog wel toe, maar van de feestverlichting voelde hij aan zijn water: nee, beter van niet.

Zo sjokte de mensheid moeizaam door de duisternis, tot de Amerikaanse uitvinder Thomas Edison in 1880 de gloeilamp op de markt bracht. Daarna ging het hard. Het eerste kunstlicht werd nog gebruikt om een boek te lezen of een brief te schrijven, maar al snel ontdekten visionaire geesten dat het nu ook mogelijk was om bij voorbeeld een fel verlicht rendier in de tuin te plaatsen.

Het bleek het startschot voor een stormachtige ontwikkeling. Anderhalve eeuw later worden in de laatste weken van december over de hele wereld winkelstraten, kantoren en woningen behangen met lichtkabels en snoeren met lampjes. Verlichte kerstmannen van kunststof klimmen tegen de gevel, de prunus in de tuin hangt vol met knipperende peertjes in elementaire kleuren.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de aandrang hier op de krant niet onbekend is. In een ware wedloop boden de deel­redacties jarenlang enthousiast tegen elkaar op. Toen de ochtendploeg enkele jaren terug in alle vroegte een loeiende generator aantrof die een meters­hoge sneeuwpop op spanning hield, moest de hoofdredactie ingrijpen. Sindsdien doen we het rustig aan, met een kerstboom en een opblaasflamingo.

Die ingebakken neiging tot mateloosheid verraadt dat de kerstverlichting veelal een mannending is. Voor de paasdoos, de sinterklaassurprise en andere creatieve seizoensarbeid die vraagt om een fijnbesnaarde aanpak, heeft de man doorgaans weinig interesse. Het kan hem allemaal gestolen worden, tot de laatste weken van het jaar, wanneer het kerstvuur ook in hem wordt ontstoken en hij doorschakelt in een hogere versnelling.

Gewapend met hamer, krammen en nietpistool klimt de man dan op het dak om te doen waarvoor hij op de wereld is gezet: de boel in lichterlaaie zetten. Het liefst had hij uit pure geestdrift de hele woning in de hens gestoken, maar hij beseft – nog net op tijd – dat hij dan tijdens de jaarwisseling zijn oliebolletjes waarschijnlijk in de crisisopvang moet eten, in zijn eentje. Dus kiest hij, morrend, voor de uitbundige kerstverlichting.

Maar die laat de man zich dan ook niet afnemen. Dat viel vorige week duidelijk te beluisteren in het verontwaardigde geloei dat opklonk toen het stads­bestuur bekendmaakte te werken aan nieuwe regels voor de feestverlichting in de stad. De boodschap was helder: je kunt ons de barbecue in het park afnemen, de houtkachel, het vuurwerk, het urinoir en het fluiten op straat, maar van de kerstverlichting blijf je af met je fikken!

Patrick Meershoek is verslaggever van Het Parool en schrijft elke woensdag een column. Lees alle columns hier terug.

Reageren? Mail naar patrick@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden