Natascha van Weezel Beeld Agata Nowicka

Had ik niet hartstochtelijk genoeg meegezongen met Despa­cito?

Plus Natascha van Weezel

Precies een jaar geleden betrok ik mijn studio in de Pijp. Het viel me op hoe rustig mijn nieuwe huisje was, terwijl het toch midden in een drukke wijk staat. 

Ik had iets te snel gejuicht: twee weken na mijn komst bleek dat het huis onder mij grondig werd verbouwd. Tegen timmeren kon ik nog wel, maar als ze begonnen te heien werd ik haast mijn bed uit gedrild.

Ik toog naar beneden en vroeg voorzichtig aan een van de bouwvakkers hoe lang het zou duren. Hij sprak alleen Roemeens en begreep me niet. De aannemer, van een bedrijf met de naam P.H. de Dood, wist me te vertellen dat de hele fundering vervangen moest worden. 

Ze zouden nog minstens een jaar bezig zijn. Waar was ik terechtgekomen? Uiteindelijk besloot ik me er maar bij neer te leggen. Alles went op den duur.

Nu het beter weer begint te worden hebben de bouwvakkers een stereotoren op de binnenplaats geïnstalleerd. Elke ochtend word ik om zeven uur gewekt door Roemeense popliedjes. 

De eerste dagen klapperde ik hard met mijn raam als teken van protest. Tevergeefs uiteraard. Ik staakte mijn verweer en besloot dat ook dit voorlopig bij mijn ochtendritueel zou horen.

Vanochtend was ik net begonnen aan mijn tweede kopje koffie. De mannen beneden wisselden de Roemeense cd in voor een Spaanstalige. 

Opeens knalde de zomerhit van 2017 door mijn raam naar binnen: Despacito. Ik verstarde.

Door de klanken van het liedje waande ik me twee jaar terug in de tijd. Samen met mijn toenmalige vriend was ik op vakantie in Spanje. Eerst zaten we een week met zijn familie in Valencia. Daarna maakten we met z’n tweeën een roadtrip naar Madrid, Malaga en Marbella. 

Elke avond dansten we tijdens lokale straatfeesten op Despacito, of we zongen mee als een van de buschauffeurs het nummer opzette – dat gebeurde geregeld.

We waren vijf jaar bij elkaar en nog steeds verliefd. ­Althans, dat dacht ik. Negen maanden later scheidden onze wegen. 

Had ik iets over het hoofd gezien? Had ik niet hartstochtelijk genoeg meegezongen met Despa­cito? Had ik de vakantie anders beleefd als ik op dat ­moment had geweten dat het onze laatste zomer samen zou zijn? Had ik vaker zijn hand moeten vasthouden? Vaker moeten zeggen hoeveel ik van hem hield?

Ik zal het nooit weten. Funderingen raken verrot en moeten worden vervangen. Mensen worden verliefd en veranderen later in elkaars grootse vijand.

Toch blijven sommige zekerheden altijd bestaan. Zoals het lied Despacito, dat ongetwijfeld nog zomers lang uit de luidsprekers van oude gettoblasters zal blijven klinken. 

Natascha van Weezel (32) is journalist. Elke dinsdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden