Roos Schlikker. Beeld Oof Verschuren

Haar hersenen bloedden. Overal pijn. ‘Goh. Ja. Geen plek, hè’

Plus Roos Schlikker

“Laat me blijven, alsjeblieft. Stuur me niet naar huis. Laat me blijven. Thuis gaat het niet goed. Ik weet niet hoe het dan afloopt. Help me. Zorg voor me. Laat me blijven. Alsjeblieft.”

Ze smeekte het ze. Twee uur daarvoor was ze met een ambulance binnengebracht. Haar hersenen bloedden. Overal pijn. Een snel intakegesprekje volgde. “Goh. Ja. Heel vervelend allemaal. Maar ja. Geen plek, hè.”

“We zetten u op een wachtlijst.” Dit kon niet waar zijn. Haar hoofd. Het ging niet goed met haar hoofd. De pijn. Ze konden haar toch niet zo wegsturen? Dat konden ze wel. Even later werd ze in een taxi gezet. Geestelijk zwaar gewond. Terug naar huis.

Het klinkt ongelofelijk, maar dit is werkelijk gebeurd, deze week nog. Nee, niet in een regulier ziekenhuis. Daar word je bij een probleem met je hersenen uiteraard onmiddellijk opgenomen, gemonitord, geholpen. Maar de hersenen van deze vrouw bloeden figuurlijk, niet letterlijk. Ze heeft een bipolaire stoornis met hevige angstaanvallen. Zo erg dat ze vreest dat ze haar zoontje, een dreumes nog, iets aandoet. Of zichzelf. Het duister trekt, de familie zit met de handen in het haar. “Mama au, mama au,” zegt het jongetje.

Deze week liep de angst op en op tot ze geen enkele uitweg zag, de paniek als koudvuur door haar binnenste vrat, niemand meer wist wat hij kon doen, en de ambulancebroeders haar moesten vastbinden toen ze naar de crisisdienst scheurden. Alwaar ze in de taxi terug naar huis werd gezet. Geen plek.

We kennen ze allemaal. De jarenlange verhalen over bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg. We kennen ze. Maar realiseren ons zelden wat het schrijnende gevolg is. Hoeveel mensen worden er niet in totale wanhoop weggestuurd? Ik vrees heel veel. En er zijn werkgroepen opgericht, rapporten bij elkaar getikt, omvormingsplannen gemaakt. Maar intussen roepen talloze kwetsbaren tevergeefs om hulp. Er is geen geld. Er is geen plaats.

Zou dat komen doordat mentale nood lager wordt aangeslagen dan lichamelijke? Afgelopen week werd voor het eerst een conferentie georganiseerd over het belang van psychische hulp in crisissituaties. In een interview zei minister Kaag: “Als een crisis uitbreekt kijken we naar voedsel, water en een dak boven je hoofd. Maar het merendeel van de mensen heeft zo veel mee moeten maken, vaak aangedaan door anderen. Voor dat psychosociale element is nooit veel aandacht geweest.”

Het is 2019. Nu pas erkennen we voorzichtig dat de mens meer nodig heeft dan brood en een slaapplaats. Dat wanneer waanbeelden of trauma het overnemen, je nergens meer bent. Ik vind het fantastisch dat Kaag het belang van psychologische hulp bij humanitaire crises onderstreept. Het is van levensbelang.

Maar dat is hulp aan hen ook: mensen die in onze eigen stad gillend en vastgebonden in ambulances naar de ­crisisdienst worden gereden. De mensen die niet mogen blijven en worden weggestuurd. In een taxi. Met een bloedend hoofd. Een beukend hart. Diepe zielenpijn. En een plek. Op een wachtlijst.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden