Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Haar fiets stond al een paar dagen moederziel alleen ergens te wachten

PlusMaarten Moll

Het leek een onmogelijke opgave.

Een fiets terugvinden in Amsterdam.

Jongste Dochter had, ‘dacht ze’, na haar onfortuinlijke val van haar fiets, diezelfde fiets ‘ergens bij het Rijksmuseum’ vastgezet. Ze kon zich niet meer herinneren waar.

Ergens bij het Rijksmuseum.

“Aan de kant van het Museumplein, of aan de kant van de stad?”

“Ik weet het niet, pap, je kunt het nog wel tien keer vragen…”

“Oké, oké, rustig maar.”

Op zoek naar haar fiets dus. Op de kaart van Amsterdam trok ik met een passer een cirkel om het Rijksmuseum. Binnen die cirkel, met een straal van 200 meter, zou ik gaan zoeken.

Was ze over de Stadhouderskade gefietst of over de Weteringschans? Of achter het museum langs, om zo sneller richting Jan van Galenstraat te rijden?

Natuurlijk herinnerde ik me mijn zoektochten naar mijn rijwielen terwijl ik richting Rijksmuseum fietste.

“Hé, ik had je toch hier neergezet?” Uitgesproken na een urenlang verblijf in De Pels. (Ja, ik praat tegen mijn fiets.) Zwalkend naar huis en de volgende dag weer ontnuchterd de fiets op precies die plek aangetroffen.

Zou ik haar fiets herkennen? Ja, want een rekje voorop, een ketting met een geel logo en de sticker van Segijn en Van Wees op het achterspatbord.

De fiets die nu al een paar dagen moederziel alleen ergens staat te wachten. Misschien wel gewond. Jongste Dochter – verplaatst naar een andere afdeling van het ziekenhuis, er komt nog bloed en vocht uit de drain, dus ze mag nog niet naar huis – denkt nu dat ze misschien wel is aangereden in de nacht van zaterdag op zondag.

Ik was er bijna. Stond op de Museumbrug, recht tegenover het Rijksmuseum, voor het stoplicht.

Beginpunt voor een urenlange zoektocht. Many rivers to cross.

Ik had de kaart van Amsterdam bij me, en een dikke viltstift om de straten waar haar fiets niet staat af te vinken. Op mijn telefoon had ik ook nog foto’s van haar fiets gevonden. En na een uur zoeken had ik uit een van de vele schoenendozen ook het aankoopbewijs van de fiets opgediept, waar het framenummer op staat genoteerd. (Ja, ik bewaar bonnen, deze is al zes jaar oud.)

“Reken niet op me met het eten,” zei ik toen ik van huis vertrok.

Nog steeds rood. Ik keek eens naar links. Weer voor me uit. Bruusk weer naar links.

Het zou toch niet? Zo veel mazzel?

Met zo’n anticlimax hoorde een verhaal toch niet te eindigen? De held van het verhaal moest toch eerst door allerlei fases heen? En hoe zat het dan met de catharsis?

Maar daar stond haar fiets. In het zonnetje. Zo te zien onbeschadigd. Keurig aan de brug vast.

Gewoon, ‘ergens bij het Rijksmuseum’.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden