Opinie

‘Haal voedsel uit de regio, juist hier in Amsterdam’

Amsterdam kan de prikkel voor boeren om te exporteren beïnvloeden door kortere voedselketens te bouwen en hun een lokale afzetmarkt te bieden, schrijft Barbara Baarsma, directievoorzitter ­Rabobank Amsterdam.

In de 30 kilometer om Amsterdam worden 1,3 keer meer aardappels geteeld dan er worden gegeten. foto ShutterstockBeeld shutterstock

Amsterdammers hebben opvallend ander eetgedrag dan de rest van Nederland. Inwoners van de hoofdstad kopen meer voeding online. Dat gaat zowel om gewone boodschappen, maaltijdboxen als bereide maaltijden. Ook eten ze vaak buitenshuis, wat ook samenhangt met het overweldigende aanbod van horecagelegenheden. Terwijl maar zo’n 5 procent van de Nederlanders in Amsterdam woont, is meer dan 10 procent van alle horeca in Amsterdam gevestigd. Dat hangt samen met de enorme stroom toeristen en dagjesmensen die de stad aandoen. Verder zijn Amsterdammers bovengemiddeld vaak enthousiast over nieuwe of alternatieve voedselconcepten, zoals zuivel- en vleesvervangers en reformproducten.

De grote hoeveelheid monden die gevoed moet worden en de grote interesse in nieuw eten maakt Amsterdam tot een belangrijke en kansrijke schakel in de verduurzaming van voedselketens.

Verduurzaming kan op veel manieren. De makkelijkste is het tegengaan van voedselverspilling, want dat levert direct geld op. De vermijdbare voedselverspilling vertegenwoordigt per persoon een waarde van zo’n 150 euro per jaar. De inwoners van Amsterdam verspillen in totaal bijna 35.000 ton voedsel per jaar. Dat zijn ruim 22 vrachtwagens tot de nok toe gevuld per week.

Kortere reisafstand

Hoe belangrijk het tegengaan van voedselverspilling ook is, het is een end-of-pipe-techniek. In plaats van helemaal achter in de voedselketen te beginnen, kunnen we ook kijken hoe we de gehele keten sterker kunnen maken.

Een manier om dat te doen, is het verminderen van de reisafstand van ons voedsel. Kortere voedselketens helpen de CO2 uitstoot van de logistiek te beperken, maakt kringlooplandbouw beter mogelijk en vergroot het voedsel­bewustzijn. Daarom betoogde ik onlangs in de bijlage ‘Het Voedselparadijs’ van Het Parool (21 december) dat we meer lokaal geproduceerd voedsel moeten eten. Daar waar het Amsterdamse eetgedrag op veel punten vernieuwend is, eten Amsterdammers nauwelijks vaker streekproducten dan gemiddeld in Nederland.

Zou het mogelijk zijn al ons eten, dat nu vaak ruim 30.000 kilometer heeft gereisd voordat je er een hap van neemt, uit een gebied van 30 kilometer rond Amsterdam te halen? Het antwoord is ‘nee’. In een straal van 30 kilometer rond de stad is er simpelweg te weinig landbouwgrond om genoeg te produceren voor alle hongerige monden in dat gebied. Daarvoor zou bijna tien keer zoveel areaal nodig zijn.

Ook als de inwoners van de regio bereid zijn hun eetgewoonten aan te passen door producten met een groot grondbeslag uit het menu te schrappen en we met minder areaal toe kunnen, past het niet in de 30 kilometerregio.

Peulvruchten

De zelfvoorzieningsgraad ligt in deze regio voor sommige producten hoog. Zo worden vijf keer meer peulvruchten geproduceerd dan in de regio om Amsterdam worden geconsumeerd.

Bij aardappelen is dat 1,3 keer zoveel en bij paprika, komkommer en tomaat is dat ruim 1,1 keer zoveel. Voor de overige agrarische producten is de maximale zelfvoorzieningsgraad lager dan 1, vaak zelfs veel lager dan 1. Bijna 30 procent van de melk en slechts 5 procent van de eieren die in de 30 kilometer regio rond Amsterdam worden gegeten, worden er geproduceerd. Ook voor vlees, groenten en graan moeten we verder reizen dan 30 kilometer voor een gevulde maag.

In de rest van ons land is van veel agrarische producten namelijk wel genoeg beschikbaar. Volgens onderzoek van Wageningen University kent Nederland voor de meeste agrarische producten een voorzieningsgraad van meer dan 100 procent. We kunnen de voedselketen dus stevig verkorten. Als we daarnaast ook nog bereid zijn om meer met de seizoenen mee te eten en misschien zelfs wat minder vaak exotische producten te kopen, is nog meer mogelijk.

Kortere ketens

Tot slot zou het helpen als Nederland minder voor de export zou produceren. Driekwart van de Nederlandse agroproductie wordt geëxporteerd, terwijl het merendeel van wat op de Nederlandse borden ligt uit het buitenland komt. Als we rond Amsterdam kortere ketens bouwen, en zo boeren meer lokale afzetmogelijkheden bieden, is er minder prikkel om voor de export te produceren.

De bovengemiddelde aanwezigheid van horeca, de hoge concentratie consumenten en toeristen en de opvallende interesse in nieuwe voedselconcepten biedt een vruchtbare bodem om kortere ketens te bouwen en andere mogelijkheden om de regionale voedselketen te ­verduurzamen te onderzoeken. We zijn dat onderzoek gestart met ruim 100 boeren, ondernemers en voedselexperts uit Amsterdam en omgeving in het programma Food Forward, met als motto: ‘Waar een wil is, is een weg’. 

Barbara Baarsma, directievoorzitter ­Rabobank Amsterdam, hoogleraar toegepaste ­economie aan de UvA.Beeld Rabobank
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden